Jan: ‘Daar zat ik op de trap, met m’n vingers in mijn oren en tranen in mijn ogen’

Baby brabbels met Jan Hermsen

Kersverse vader Jan (39) deelt zijn papa-perikelen met ons. Hij is vader van baby Daantje en wist vanaf de geboorte eigenlijk al gelijk: zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Lees ook:
Jan: ‘De man deed wat mij nog nooit was gelukt: hij gaf geen krimp’

De dochter van een vriend van mij volgt groepstherapie. Daar zit ook een man die vader wordt, en daar als een berg tegenop ziet. Niet omdat hij de ketens van het gezinsleven zo vreest, of omdat hij zichzelf totaal incapabel acht om een kind op te voeden. Nee, hij heeft tinnitus, oftewel een piep in zijn oor. En hij is als de dood dat zijn oren de geluiden van een opgroeiend kind niet aankunnen.

Het verhaal raakte me. Omdat ik de angst herkende.

Ik was een paar uur vader. De eerste nacht bleven we in het ziekenhuis. Onze dochter huilde drie uur aan een stuk. Hoewel totaal overrompeld en in de zevende hemel, voelde ik mijn stressniveau langzaam groeien. In de ochtend mochten we naar huis. De eerste nacht thuis deed ze er nog een schepje bovenop, vijf uur achtereen krijste ze moord en brand. Ik weet nog dat ik op een gegeven moment de slaapkamer ben uitgerend en minutenlang met m’n vingers in mijn oren op de trap ben gaan zitten. Kut! Helemaal vergeten, baby’s huilen, en niet te zuinig ook. Van een roze wolk kwam ik pardoes in een zeer lokale donderbui terecht.

Ik heb dus tinnitus, al 15 jaar. Ik hoor meerdere geluiden, die anderen niet horen, zoals een pulserende piep in mijn rechteroor (type testbeeldgeluid), een centrifugerende wasmachine in mijn linkeroor, in beide oren het geluid van een vinger die over een wijnglas gaat en verder wat algemene ruis om de kakofonie van geluid tot een soepel geheel te smeden. Reden? Gehoorbeschadiging. Kapotte trilharen in mijn oren waardoor mijn brein fantoomgeluiden oppikt.

‘Ook ik heb de nodige hulp gehad om uit te vogelen hoe ik in godsnaam weer normaal kon deelnemen aan het leven’

Als bijeffect ben ik bovenmatig gevoelig voor geluid, dat heet hyperacusis. Iets waar meer tinnitus-collega’s (in Nederland hebben ongeveer 200.000 mensen serieus last van gepiep) mee te kampen hebben. Het tolerantieniveau voor geluid ligt dan lager dan bij de gemiddelde mens en soms zo laag dat doodnormale geluiden pijn doen aan je oren (nee maar echt, fysiek pijn). Geluid is overal. En het rotte van deze aandoening is: hoe meer je je erop richt, des te groter wordt de last. Gevalletje vicieuze cirkel. Waaruit het lastig ontsnappen is. En op een gegeven moment kan het echt onbeheersbaar worden.

Ik heb zelf een tijd gekend dat ik nog nauwelijks de deur uitkwam. Hele logische geluiden kon ik niet meer verdragen, zoals een weg met auto’s in de bebouwde kom of piepjes bij de supermarktkassa. Ook in huis was het nergens veilig: douchewater dat klettert op de grond, sissend vlees in een pan, en een chipszak die kraakt. Voor alles was ik gevoelig. Niet gek dat je dan bijvoorbeeld in groepstherapie belandt. Ook ik heb de nodige hulp gehad om uit te vogelen hoe ik in godsnaam weer normaal kon deelnemen aan het leven.

Maar ontsnappen uit die cirkel vol kramp en angst kan wel degelijk. Van tinnitus en hyperacusis kom je niet af. Maar er valt wel prima mee te leven. En dat heb ik met vallen en opstaan geleerd. Hier schreef ik daar uitgebreid over.

Maar het leven test je zo nu en dan. Laat je noodgedwongen een opfriscursus volgen. Want daar zat ik dus op de trap, bijna een jaar geleden, met m’n vingers in mijn oren en tranen in mijn ogen. Paniek door het lijf. Kut! Hoe dan? Hoe deed ik dit ook alweer? En wat dan over een maand? Longen van baby’s groeien, dus het geluid dat ze produceren ook. En wat dan over een jaar? En de rest van mijn leven? Een dochter is voor altijd! En in no-time zat ik terug in mijn vicieuze cirkel van angst en kramp.

‘De angst en de kramp waarmee je door het leven gaat, is uiteindelijk vele malen erger dan de geluidsoverlast zelf’

Deze gehooraandoening combineren met opgroeiende kinderen kan best pittig zijn. Dat heb ik inmiddels ervaren. Mijn dochter is geen muurbloempje. Er zit pit in. Wat we (meestal) erg fijn vinden. Saaie mensen zijn er al genoeg op de wereld. Pit betekent als je 11 maanden bent: een speenvarken imiteren wanneer je na twee keer wijzen nog steeds niet hebt gekregen wat je wilt. Of zo hard en hoog piepen van opwinding dat zelfs dolfijnen gillend zouden wegzwemmen. En dat is echt niet prettig voor m’n oren. Maar uiteindelijk werkt het met babygeluiden exact zoals bij alle andere geluiden die onprettig zijn. De angst en de kramp waarmee je door het leven gaat, is uiteindelijk vele malen erger dan de geluidsoverlast zelf. En dat besef zit (gelukkig) heel diep bij mij.

Bovendien, de natuur helpt een handje mee. Want de liefde die je voor je kind voelt is echt eindeloos en ongewenste geluiden accepteren gaat zoveel makkelijker bij je eigen dochter of zoon, dan bij het irritante en te drukke buurjongetje. Die komt er bij ons gewoon niet meer in.