Jan: ‘We lieten onze dochter achter in het washok. Wat konden we anders?’

Kersverse vader Jan (39) deelt sinds kort zijn papa-perikelen met ons. Hij is net vader geworden van Daantje en wist vanaf de geboorte eigenlijk al gelijk: zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Lees ook Jan’s blog van vorige week:
‘Acht dagen met je gezin op pad. Is dus veel leuker dan je zou denken’

Ons belangrijkste kinderopvangcriterium was geografie. Natuurlijk ook dat ze genoeg (buiten)ruimte had om kind te zijn, en dat het personeel leuk en aardig was. Maar dat is toch overal wel zo? Uit onze omgeving doken in ieder geval nooit wanklanken op over louche opvangadressen. Diepgravend onderzoek leek ons dus overbodig. We hadden vertrouwen in het systeem.

‘Prima. Puntje van de nooit slinkende baby-to-do-lijst afgevinkt.’

Na een intakegesprek met een leuk en aardige medewerker van de geografisch meest aantrekkelijke locatie en een rondleiding waarvan ik me niks kan herinneren, behalve dat ze buiten konden slapen (niemand is een binnenmens), waren we er direct uit. Prima. Puntje van de nooit slinkende baby-to-do-lijst afgevinkt. Kon ik nog snel even langs de thuiszorgwinkel om alvast die toiletstoel op te halen. Hij kon maar alvast in de weg staan.

Zes maanden en een half leven later stonden we voor het eerst voor de opvangpoort. Ze had al . een paar uur gewend op woensdagmiddag. Lekker rustig, goed gelukt. Dinsdagochtend 8 uur bleek andere koek. De verticale opvangunit, die er op woensdag nog best aantrekkelijk uit had gezien, bleek veranderd te zijn in een washok, volgepropt met baby’s, dreumesen en peuters die op, over, onder, in en door elkaar heen kropen, terwijl grote, groene, glimmende snottebellen met veel lawaai uit neuzen dropen. De vloer lag bezaaid met slijmsporen, achtergelaten door tijgerende tweevoeters met minitandjes. En het rook naar weeïge poep. Tussen de kluwen kinderlijfjes kon ik nog net twee overspannen pedagogisch medewerkers ontwaren, die bezig waren fruithapjes uit luiers te lepelen. In de hoek zat een wezenloze gedaante, stokstijf stil. Met een boek van Dikkie Dik in haar gerimpelde handen. Twee slapende kinderen lagen naast haar.

We lieten onze dochter achter in het washok. Wat konden we anders? Er moest immers brood op de plank.

Aan het einde van de dag vonden we haar terug. In een hoekje. Lamgeslagen. Grote ogen staarden in het verre niets. Naast haar zat de wezenloze gedaante, met het boek van Dikkie Dik nog in haar handen. De slapende peuters waren verdwenen. God weet waarheen.

Onze dochter zou hier nooit meer terugkeren.

Tuurlijk, we hadden betere research kunnen doen. Tuurlijk, ze was pas drie maanden en we waren overbezorgd. En tuurlijk, het is eigenlijk van de gekke om je kindje, dat nog zo kwetsbaar en afhankelijk is, na drie maanden achter te laten bij wildvreemden, terwijl ze daarvoor nooit langer dan een paar uur alleen is geweest bij opa, oma en tante.

Dus kregen diezelfde opa’s en oma’s de unieke kans om al vroeg een hechte band op te bouwen met hun nieuwste familiejuweeltje. Ondertussen gingen wij op zoek. Grondig ditmaal.

Vier maanden later.

We rijden over de statige oprijlaan, met aan weerszijden stokoude beuken in stemmig herfstornaat. Voor het opvangkasteel staat ze ons al lachend en zwaaiend op te wachten. In haar linkerhand houdt ze een dienblad vast met allerhande fruithapjes en twee dampende mokken koffie. Onze dochter trappelt van geluk bij het zien van haar persoonlijke steun en toeverlaat. Het getrappel is wederzijds. Ik kijk naar boven. In de torenkamer van de linkervleugel van het kasteel zie ik hoe de directrice, 61 jaar oud, staartjes vlecht in blonde haren van 3-jarige meisjes. Voor de massief eikenhouten deur staat een legertje peuters klaar om de kasteeltuin te veroveren. We gaan naar binnen. Een groep kinderen stuift voorbij, op weg naar de rechter torenkamerglijbaan, die uitkomt bij een immens springkussen op de binnenplaats. Door de glas-in-loodramen heen zie ik hoe twee pedagogisch medewerkers achter in de tuin een rood-witte luchtballon in de vorm van een champignon vluchtklaar maken.

We lopen de ballenbakzaal in en bespreken onze babyweek aan de hand van filmpjes, foto’s en grappige anekdotes. Daarna praten m’n vriendin en de persoonlijke steun en toeverlaat van mijn dochter over borstvoeding, Tempation Island en het latere werk van Chopin. Ik drink rustig mijn koffie op en kijk naar m’n dochter die andere baby’s al schreeuwend uitlegt hoe je ‘bál’ uitspreekt, terwijl ze elkaar eindeloos ballen blijven overhandigen.

De directrice loopt de zaal in. Ik kijk haar vragend aan. Ze glimlacht en geeft een kort knikje. Ik haal mijn mobiel uit m’n zak, swipe m’n agenda in een veeg leeg en kies een rustig plekje uit, 200 meter verderop. Ik roep tegen mijn vriendin dat half zes prima is en duik met een grote boog diep de bak met ballen in.

Over Jan

Jan is 39 en is kersverse vader van Daantje. Hij neemt je mee in zijn leven dat NOOIT meer hetzelfde zal zijn. Voor VIVA.nl schrijft hij over elk klein en groot dochterlief en -leed.  Als Jan niet tot aan zijn ellebogen in de poepluiers zit, is hij tekstschrijver en vertaler voor zijn eigen tekstbureau Hermsen Schrijfwerk.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.