Peuterpraat: ‘We moeten voor elkaar zorgen in deze tijden. Dus ik koop een sixpack Corona en zet het voor zijn huis neer’

peuterpraat jan hermsen

Jan (39) deelt zijn papa-perikelen met ons. Hij is vader van peuter Daantje (1) en wist vanaf de geboorte eigenlijk al gelijk: zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Dag 1, vrijdag 13 maart

Lief Coronadagboek. In een pandemiaanse wereld word ik wakker. Kleine kater. Tripel Karmeliet. Gisteren is het menens geworden en hebben we onze eerste beperkende maatregelen opgelegd gekregen. Vandaag zou ik naar Barcelona vliegen. Vriend verrassen die morgen 40 wordt. De helft van de groep is wel gegaan. Ik vond de gok te groot. Stel dat het luchtruim op slot gaat, zit je daar mooi. Twee maanden in een wereldstad, met een strand, lekker eten en prima weer.

Hoezo bleef ik ook alweer thuis?

Mijn vriendin en ik overleggen ondertussen druk over de best next steps voor het gezin. Ze gaat
thuiswerken. Ik ben er nog niet uit. Van het idee van (minimaal) drie weken werken op een huiselijk kluitje krijg ik het Spaans benauwd. Of zou ik corona hebben? ’s Avonds eten we cheese onion chips en Netflixen we: ‘I’m not okay with this’. Aanrader. Lekker kort ook.

Dag 2, zaterdag 14 maart

Ik mag uitslapen, omdat ik niet naar Barcelona ga. Om half 11 uit bed. Genieten. Ik zie op WhatsApp dat mijn wel gevlogen vrienden een goed Spaans Coronafeestje hebben gehouden. Inmiddels sijpelen berichten door dat de scholen en de kinderopvang waarschijnlijk dicht gaan. We besluiten om onze dochter sowieso niet meer te brengen. Mijn benauwdheid is inmiddels over. Ik kan weer volwassen beslissingen nemen. Ook ik werk voorlopig thuis. We bedenken een werk- en zorgschema. ‘s Middags gaan we naar de Tuinwereld, want voor de Intratuin was geen kaartje meer te krijgen. We kopen balkonplantjes en duiken met z’n drieën de ballenbak in. Nu het nog kan. Mijn vriendin heeft daar later spijt van. Bang voor besmette ballen.

‘We kopen balkonplantjes en duiken met z’n drieën de ballenbak in. Mijn vriendin heeft daar later spijt van. Bang voor besmette ballen’

Dag 3, zondag 15 maart

We bellen opa’s en oma’s af. Geen kleindochter meer op bezoek voorlopig. Mijn moeder is 74 en heeft diabetes. Mijn schoonvader is longpatiënt. Daarna ga ik fietsen. Met zes anderen. De stoters heten we. Wat niks met wielrennen te maken heeft, maar wel erg mannelijk klinkt. Ik omzeil alle fluimen en rochels door continu op kop te beuken. Dat is gelogen. Ik vermoed dat dit voorlopig de laatste keer is dat ik in een groepje van zeven mensen sport of gewoon aanwezig ben.

Als ik thuiskom, komt het virus dichtbij. Letterlijk. Ik hoor dat een goede bekende hét (waarschijnlijk) heeft. Hij heeft koorts en is in aanraking geweest met iemand die hét zeker heeft. Hij wordt niet getest, want te jong en vitaal. We moeten voor elkaar zorgen in deze tijden. Dus ik koop een sixpack Corona en zet het voor zijn huis neer. Wel op gepaste afstand, want tot het tegendeel bewezen is, vertrouw ik voordeuren voor geen meter. De kinderopvang blijft ondertussen inderdaad dicht. Kroegen en restaurants ook. Het wordt steeds meer menens. De helft van mijn vrienden is net op tijd terug uit Barcelona. Anders hadden ze daar twee maanden binnen mogen blijven. Zelfs fietsen is verboden in Spanje. Bang voor ongelukken. Spanjaarden kunnen inderdaad écht niet fietsen.

Dag 4, maandag 16 maart

Onze eerste semi-quarantainewerkdag. Ik ben vroeg wakker, 6 uur. De dochter volgt om 7. Het is prachtweer en we gaan wandelen. Ik merk dat tegenliggers automatisch oversteken. Gepaste afstand. Braaf volk. Dochter en ik kijken bootjes bij de Waal. Ze vindt het heerlijk, zo in de ochtendzon. Ze loopt stukjes aan mijn vinger. Ze heeft geen idee van corona. En geniet. Van de lente, van papa en van haar soepstengel. Ik geniet van haar. Het is oorlogstijd. En ik ben gelukkig.

Op de terugweg kom ik een kantoorgenoot tegen. Hij wijst naar de blauwe plek op het voorhoofd van mijn dochter en vraagt of ze thuis mishandeld wordt. Ik antwoord dat het leven bestaat uit vallen en  opstaan. Op gepaste afstand zie ik dat hij een kleine loopneus heeft. Ik wandel snel verder. Daarna werk ik, en lees ik een mail van de kinderopvang. Ze delen mee dat er wel nog opvang is voor virale beroepen. Het staat er echt. Virale beroepen. Beste tikfout ooit. Ik besluit geen schijtlollige e-mail terug te sturen. Tegen vijven ga ik koken. Spaghetti bolognese. M’n dochter smult. Wij drinken een Coronabiertje. Als een ei zo blij is ze dat papa en mama de hele dag om haar heen zijn. Ze gaat er nog beter van lopen en praten ook.

‘Ik overweeg morgen een rondje deurklinken te gaan likken’

’s Avonds spreekt de minister-president ons toe. Mark zegt dat we zo’n beetje allemaal ziek gaan worden. Op slag ben ik niet meer bang. ‘Je kan het maar gehad hebben’, denk ik ineens. En de beste baksteen voor een beschermende muur rond opa’s en oma’s en alle andere kwetsbaren, is iemand met antistoffen. Ik overweeg morgen een rondje deurklinken te gaan likken. Te beginnen bij de coronavoordeur. Rutte rond af. Hij ziet er moe uit. Je zou ook voor minder. Mijn dochter loopt naar de tv en roept zeven keer ‘opa’ naar Mark. Ik weet niet welke van de twee ze bedoelt. Dan schakel ik over op Juf Roos. Want de wereld draait door. Morgen dag 5.

Over Jan

Jan is 39 en is vader van Daantje. Hij neemt je mee in zijn leven als papa van een jonge peuter. Voor VIVA.nl schrijft hij over elk klein en groot dochterlief en -leed. Als Jan niet tot aan zijn ellebogen in de poepluiers zit, is hij tekstschrijver en vertaler voor zijn eigen tekstbureau Hermsen Schrijfwerk.

Lees ook: ‘Dreumes. Een naam die ik kots wat kots wil vermijden’