Jankebalk

Men, o, men, wat ben ik eigenlijk een sappie als het om afscheid nemen gaat. Zodra het moment aanbreekt om gedag te moeten zeggen, is voor mij de tijd rijp om een potje te gaan staan janken.
Watervalletje
Drie maanden lang liep ik voltijd stage bij een televisiebedrijf. De functie was niet om over naar huis te schrijven, maar het bedrijf bood veel mogelijkheden waardoor ik het gigantisch naar mijn zin had. Toen het einde naderde, werd ik overspoeld door een golf van gemengde gevoelens. Een normaal mens zou de deuren open trappen, keihard Aretha Franklin’s ‘FREEDOOOM’ zingen en vervolgens fluitend het pand verlaten. De zomervakantie was immers een feit. Maar ik? Nee, hoor. Ik vond het nodig om een brok in mijn keel te kweken en de tranen in mijn traanbuizen te laten ophopen. Want och, wat was het er leuk en wat zou ik ze gaan missen.
Het Schiphol-drama
Je had me afgelopen dinsdag op Schiphol moeten zien. Toen mijn vriend voor vijf weken naar Thailand ging met zijn broertje. Het leek wel een afgezaagde soapserie daar in die vertrekhal. Van tevoren had ik koeltjes gezegd écht niet te gaan huilen. ‘Je komt toch gewoon weer terug?’ Nou, ik was de eerste die ging. En dat had ik kunnen weten. Dramatisch vloog ik mijn vriend in de armen en liet de tranen rijkelijk over mijn wangen stromen terwijl ik aangegaapt werd door een moddervet Chinees kind. Die zich waarschijnlijk afvroeg wie er dood ging.
Labiel wijf?
Ik zou mezelf best als watervalletje of misschien zelfs als labiel kunnen bestempelen. Maar ik denk (of hoop) dat mijn jankgedrag voorkomt uit een dieper liggende gedachte. Het is afscheid nemen van een bepaalde tijd of tijdperk. Na het nemen van afscheid krijg je er altijd iets nieuws voor terug. En nieuwe dingen zijn eng. Je neemt afscheid van de zekerheid en laat de onzekerheden binnen. En eigenlijk is het gewoon een soort routinewerk. Wat simpelweg hoort bij het leven.

Dus pass mij nog maar een paar van die tissues, want als dat dus inderdaad het geval is, ben ik nog lang niet uitgejankt. Zie je. Daar ga ik alweer.

Beeld: Thinkstock