Jehova’s getuigen

Een paar weken geleden kwam er voor het eerst een setje Jehova’s getuigen bij mij aan de deur. Ik herkende ze niet als zodanig; pas toen de Wachttoren tevoorschijn kwam, had ik in de gaten met wie ik van doen had. Verder was het eigenlijk best een leuk gesprek en achteraf dacht ik: waarom heeft iedereen toch zo’n hekel aan Jehova’s getuigen?

Ongekend knullig
Ons eerste gesprek ging over jezelf beschermen tegen criminaliteit. Ik kreeg een extra boekje naast de Wachttoren over hoe ik dat kon doen. Ook op cybercriminaliteit werd ingegaan. Het was allemaal van een ongekende knulligheid; er werd nog eens benadrukt dat je nooit e-mails krijgt van je bank, bijvoorbeeld. Maar of het nu gaat om beroving, identiteitsdiefstal of cybercriminaliteit, je moest vooral op je hoede zijn. Er werden wat teksten aangehaald uit de Bijbel, waaronder Spreuken 22:3: “Een verstandig man ziet het gevaar en brengt zich in veiligheid; een onnadenkend mens gaat het tegemoet en zal daarvoor boeten.”

Omdat de vrouw zo vriendelijk was en niet opdringerig leek, liet ik haar haar hele verhaal doen en bladerde ik naderhand het boekje nog door. Wat mij helemaal ontging was haar vraag of ze nog eens terug zou mogen komen. Ik heb daarop geloof ik geknikt, want sindsdien staat ze eens in de zoveel tijd weer voor de deur. Altijd heeft ze een tweede getuige bij zich, die zich op de achtergrond houdt en aantekeningen maakt. Of deze tweede getuige van de pro wil leren of haar juist moet controleren, is mij onduidelijk, maar ze komt nooit alleen. Misschien is de tweede persoon er wel bij om de eerste te beschermen tegen criminaliteit – je weet immers maar nooit wie de deur zal opendoen.

Vertedering
De tweede keer dat ze bij me aan de deur kwam, had ik niet zo veel tijd als de eerste. Ik probeerde het gesprek dus kort te houden en luisterde alleen even naar een stukje dat ze voorlas uit de Bijbel. Nog steeds maakte ze ook iets van vertedering bij me los waardoor ik het gevoel had dat ik niet zomaar de deur voor haar dicht kon gooien. Ze deed zo haar best!

Maar hoewel ik haar heel schattig vind, begonnen haar opeenvolgende bezoekjes me steeds meer te irriteren. Onder dat vriendelijke uiterlijk gaat een ontzettende vasthoudendheid schuil. Waarschijnlijk niet omdat ze zelf zo in elkaar zit, maar omdat ze daartoe wordt gedwongen door haar handlangers of door wie dan ook. Telkens weer staat ze voor de deur en ze blijft onverminderd vriendelijk, terwijl dat van mijn kant niet gezegd kan worden. Vanmorgen was het weer zover. In de stromende regen zei ze lachend: ‘Ik heb mooi weer meegebracht!’ Bijna ging ik weer overstag, maar ik was net naar beneden gerend terwijl ik nog zat te ontbijten. Ik schudde mijn hoofd, verontschuldigde me en deed de deur voor haar dicht.

Foto: zelfgemaakt