Jong volwassen

Soms zijn de contrasten in het nieuws zo groot dat het kippenvel me driehoog over de rug loopt.  De UNCHR bericht over een trieste mijlpaal. Er zijn namelijk inmiddels één miljoen kinderen op de vlucht voor het geweld in Syrië. Kinderen van 11 jaar of jonger… kinderen die recht en behoefte hebben aan een veilig thuis en een onbezorgde jeugd. Aan gewoon nog kind zijn. Maar die door de verschrikkelijke omstandigheden gedwongen worden om zich groter voor te doen dan ze eigenlijk zijn. Die in één jaar tijd ‘volwassen’ worden.

Wat worden ze groot hè?
Het contrast met ons luxeleventje is dan plotseling wel heel erg groot als ik deze zelfde week lees dat peuters van 2,5 jaar in Amsterdam straks misschien naar school moeten en dat 1 op de 4 kleuters volgens Brits onderzoek al een mobiele telefoon bezit. Ondanks clichés als “Wat worden ze snel groot hè?” en “Het gaat allemaal zo snel” wil men blijkbaar ook graag dat kinderen op jonge leeftijd al ‘groot’ zijn.

Ik lees dat ouders vooral een telefoon voor hun kroost kopen omdat de kinderen anders op hun smartphone aan het spelen zijn en ze dan steeds hun eigen telefoon kwijt zijn. Ik vraag me dan weer af wat er mis is met een legpuzzel of een barbie om mee te spelen, of beter nog… een beetje persoonlijke aandacht.

Appels met peren vergelijken
Maar goed, daar gaat het nu niet om, het ging om het contrast. En ik snap heus wel dat de situaties zoals hierboven geschetst niets met elkaar te maken hebben en dus ook niet te vergelijken zijn, maar het zet me wel aan het denken.

Want los van die één miljoen kinderen in Syrië leven er nog veel meer kinderen in oorlogsgebieden, onder erbarmelijke omstandigheden of onder de armoedegrens. En daar waar mijn grootste zorg is dat Nederland inderdaad straks peuters al naar school wil sturen, zijn er kinderen in andere landen die voor dag en dauw al aan de (kinder)arbeid gaan.

Doe iets!
Natuurlijk kun je niet het leed van de hele wereld op je schouders nemen, dat besef ik. Maar er is niet mis mee om er af en toe even bij stil te staan. Negeren is wat mij betreft ook geen optie, daar waar je iets kunt doen aan deze schrijnende situatie zou ik zeggen: doen! En nee, dan doel ik er niet op dat iedereen maar gelijk een Syrisch kindje in huis moet nemen of vrijwilligerswerk bij het Rode Kruis moet gaan doen.

Maar ik geloof wel dat er voor iedereen een mogelijkheid is om een steentje bij te dragen op een manier die bij hem of haar past, bijvoorbeeld door een organisatie als Unicef te steunen of door geen producten meer te kopen die door kinderarbeid tot stand zijn gekomen. En zo zijn er nog wel meer opties.

En – minstens net zo belangrijk – door onze eigen kinderen vooral kind te laten zijn. Zo lang mogelijk. Gewoon… omdat het kan. En dat is lang niet altijd zo vanzelfsprekend.

Bron foto: Kelly Short6