Kamperen in huis

Ik sta wat ongemakkelijk op een trap en er zit meer verf in mijn haar dan op de muur. Ook mijn baggy jeans is een waar kunstwerk geworden.

De vorige bewoners hadden een vreemde voorkeur voor paars. Dat paars dat je nichtje van drie uit zou kiezen. Paars dat niet wit te krijgen is; ik sta al uren ongemakkelijk op die trap.

Maar leuk dat ik het vind, verven in mijn eerste eigen huisje, ons huisje.

Terwijl ik al drie keer per ongeluk het plafond raak met mijn zogenaamde blokkwast, legt die ‘lange’ laminaat alsof het niks is. Samen met zijn vader, die inmiddels ook een beetje de mijne is.

Middenin de woonkamer staan ze te wachten op een ‘bakkie’ koffie, die ik met liefde voor ze zet. Allebei in een afgetrapte en afgeknipte spijkerbroek, allebei met ontbloot bovenlijf, allebei kaal. De één klein en gezet, de ander lang en slank. Mijn helden.

Vanavond slapen we in ons paleisje. Op een matras in de woonkamer, tussen de losse planken laminaat. Ik kan me niks romantischer voorstellen.

Het voelt als kamperen in je eigen huis. Ik haat kamperen. Maar nu niet. Nu is het zalig. En dat komt door hem. En het uitzicht op ons keukentje, waar we voor elkaar gaan koken. En het toilet waar ik niet voor in de rij hoef te staan met een rol toiletpapier onder mijn arm.

Zo is kamperen leuk. Ik wil het nog jaren doen. Met hem. Vanaf vandaag ben ik ‘kampeerfan’.