Kijk papa, een neger!

Opmerkelijk hoe vaak discriminatie ineens weer in het nieuws is. Russische homofielen wiens harten moeten worden verbrand (volgens één of andere presentator), nare opmerkingen over een wielrenner, Oprah die haar tasje niet mag kopen, als je het nieuws leest lijkt het wel alsof we ineens twintig jaar terug in de tijd zijn geworpen.

Verwerpelijk
Discriminatie en racisme zijn verwerpelijk, toch realiseerde ik me gisteren dat ik me er stiekem toch wel eens schuldig aan maak. Ik liep met mijn zoontje Robin naar de supermarkt, en er kwam een donkere man op ons af fietsen. Ik werd er zenuwachtig van, niet vanwege de man zelf, maar vanwege het feit dat Robin direct begon te wijzen: ‘Kijk papa!!!!’.

Kijk, een aap!
Ik herinnerde me een voorval van een paar jaar terug, toen mijn neefje Damian nog maar een jaar of drie / vier was. Ik woonde vier hoog op een galerij, en liep met mijn neefje naar huis, hij logeerde bij ons. Een donkere man liep ons vanuit de verte tegemoet. ‘Kijk Martin!’ riep Damian. Ik knikte, want ik zag de man ook. ‘Kijk Martin! Een aap!’. M’n hart sloeg spontaan drie slagen over, ik wist niet hoe ik het had. Iedereen weet dat kinderen zeggen wat ze denken en zien, maar toch, een aap? ‘Damian!’ riep ik, terwijl ik met de toon van mijn stem duidelijk trachtte te maken dat dit echt niet kon. De man had het ook gehoord, dat kon niet anders. ‘Ja maar Martin, kijk dan, een aap!’ ‘Damian!’ riep ik nogmaals, nu iets dwinger. De man was nu nog maar twee meter van ons verwijderd, ik durfde hem niet eens in de ogen te kijken.

Schaamte
‘Een aaahaaaaaaap’ riep Damian nogmaals uit wanhoop. ‘Damian, ophouden nou, dit kan echt niet!’.  De man passeerde ons en ik wierp hem een verontschuldigende blik, ik schaamde me dood. De man keek niet vriendelijk, hij keek me aan vol afkeer en walging. Even was ik verontwaardigd, ik kon er toch niets aan doen? Maar het werd al snel duidelijk waarom. Want toen de man eenmaal drie meter verder was riep mijn neefje nogmaals: ‘Kijk dan daar, een aap!’ Ik volgde de richting van zijn vinger, en daar stond het, aan het einde van de galerij, een loeigroot beeld van… een aap. Zelden heb ik me zo dom gevoeld. Los van het feit dat ik eigenlijk een bril moet hebben en de aap van die afstand echt niet had gezien, en de kans dat er daadwerkelijk een beeld van een aap in een woongalerij staat heel klein is, had ik moeten luisteren. Het was niet hij die de man discrimineerde, ik was het zelf, en dat was dan ook de boodschap in de blik van de man in kwestie, want ook hij had geweten dat het standbeeld er stond.

Niets geleerd
Blijkbaar herinnerde ik me gisteren wel het voorval toen Robin wees naar de donkere man die ons tegemoet kwam fietsen, maar niet de les die ik daaruit had moeten trekken ,want ik hield onbewust mijn hart vast. Wat zou hij roepen? Zou die man beledigd zijn? Of zou hij het wel snappen? Robin is nog maar twee. ‘Kijk papa!’ zei Robin nogmaals toen de man dichterbij kwam. ‘Ja, ik zie het’ antwoordde ik. Robin werd enthousiaster en wees nog fanatieker. ‘Kijk! Mooie fiets!’ De man glimlachte naar Robin terwijl hij voorbij zoefte op zijn racefiets. Inderdaad, een hele mooie knalrode racefiets.

Een fiets die ik niet had gezien, omdat ik te druk bezig was met de uiterlijke kenmerken van een man die er, volgens mijn eigen beschrijving en overtuiging, helemaal niet toe doen. Omdat ik gedrag op Robin projecteerde op basis van een verschil dat hij niet zag, maar ik wél. Dat het was met de beste bedoelingen, omdat ik de man geen rotgevoel wilde bezorgen, dat is niet belangrijk.

Ik maakte me, onbedoeld, maar keihard schuldig aan discriminatie, iets dat ik nooit voor mogelijk had gehouden.