Kiki #2: ‘Ik trek mijn bloes los van mijn bezwete rug en loop naar binnen’

Kiki Faber (25) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – is pas verhuisd naar de grote stad Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op VIVA.nl/Kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Zondag

‘Bel je nou alweer?’ vraagt mijn moeder. ‘Gaat het wel goed?’ ‘Alles is prima,’ lieg ik, want mijn hart barst bijna van heimwee. Na het telefoongesprek staar ik een poos voor me uit. Ik moet niet alleen zo snel mogelijk een baan zien te vinden vanwege het geld, maar vooral omdat ik me eenzamig voel. Ik ken bijna niemand in de stad. Ja, Merel, maar die werkt in het ziekenhuis en heeft van die rare diensten. Ik dacht dat ik meer contact zou hebben met mijn huisgenoten, maar Kees werkt in een café en ligt overdag voornamelijk in bed. En Anna heeft een vriend bij wie ze vaak is. De afgelopen week heb ik veel door de stad gefietst en koffie gedronken in hippe tentjes. Daarvan heb ik posts geplaatst op Insta: kijk mij eens een tof leven leiden. Maar soms voel ik me zo allenig dat ik me zelfs afvraag of het wel zo’n goed plan was om het uit te maken met Nol en hierheen te komen. Ook al was onze relatie suf (het landelijk gemiddelde van twee keer per week haalden we nooit), het was wel gezellig. Elk weekend gingen we met een groep stappen, ik had leuke collega’s, en mijn beste vriendin woonde vlakbij. Mijn moeder vertelde net dat mijn nicht Floor een paar straten verderop woont. Maar zit zij op mij te wachten? Zij heeft natuurlijk ook een eigen leven.

Donderdag

Het verzekeringskantoor waar ik op gesprek mag komen, zit in Amstelveen – ruim een half uur fietsen. Ik trek mijn bloes los van mijn bezwete rug en loop naar binnen. In de lift staat een man van begin dertig met een stapel papieren onder zijn arm en hij drukt op het knopje voor de vierde verdieping. ‘Daar moet ik ook heen,’ zeg ik. ‘Ik ben zo zenuwachtig. Ik heb straks een sollicitatiegesprek en ik heb die baan gewoon nodig.’ Ik bekijk mezelf in de spiegel: mijn haar ziet eruit of ik net voor een windmachine heb gestaan. ‘Verdomme. Jij hebt natuurlijk ook geen kam bij je?’ Hij lacht en schudt zijn hoofd. Wanneer ik op de juiste verdieping ben, meld ik me de receptioniste en ga dan op een bankje zitten wachten tot iemand me komt halen. Tot mijn verbazing word ik opgehaald door de man met wie ik net in de lift stond. ‘Kiki Faber? Ik ben Dennis. Je hebt dat gesprek met mij. En je haar zit prima, hoor.’ Het gesprek gaat goed. Ook al overdrijf ik sommige dingen flink: ik zeg dat ik alles weet van een bepaald computerprogramma en ik heel veeleisend ben. Als Dennis zijn wenkbrauwen optrekt, zeg ik snel: ‘Voor mezelf, bedoel ik dan. Ik leg de lat altijd een tikje te hoog.’ Een half uur later begeleidt Dennis me weer naar de lift. ‘Je hoort nog van ons,’ zegt hij. ‘Maar maak je geen zorgen. Ik denk dat het wel goed komt.’ Ik ben zo blij dat ik hardop zingend naar huis fiets.

Lees ook:

Kiki: ‘Wat is ie knap! Misschien hoef ik mijn huis niet eens uit voor avontuur’

Beeld: Frederique Matti