Kiki #106: ‘Seks is er niet meer bij, Kees en ik wandelen nu samen’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook:
Kiki #105: ‘Het voelde raar en tegelijk vertrouwd om daar te zijn’

Woensdag

Seks is er niet meer bij, Kees en ik wandelen nu samen. We zijn niet de enige die op dat fantastische idee zijn gekomen, want overal is het hartstikke druk. Soms moeten we op straat gaan lopen of ons tegen een muur aandrukken om die anderhalve meter vol te houden. Afstand houden van wildvreemden vind ik geen punt, maar het voelt heel onnatuurlijk om Kees’ hand niet vast te pakken of hem te zoenen wanneer ik daar zin in heb. Eigenlijk vind ik die ruimte tussen ons nogal onzinnig omdat we vorige week nog het bed deelden, maar hij wil het risico op besmetting zoveel mogelijk beperken. Kwaad zegt hij: ‘Het lijkt wel of jij het nieuws niet volgt. Corana treft niet alleen oude dikke mannen, maar ook jongeren. Gister zag ik op tv hoe een patiënt door de brandweer in blauwe viruswerende pakken zijn huis werd uit getakeld. Daar werd ik niet vrolijk van. En jij werkt in een winkel en bent de hele tijd met klanten bezig die misschien wel zijn besmet.’ 

‘Misschien heb ik het al.’  Ik hoest overdreven. ‘En jij dus misschien ook.’

‘Niet leuk, Kiki. Je kunt hier echt geen grappen over maken.’

‘Maar we hebben bijna geen klanten! Noëlle overweegt zelfs om de boel helemaal dicht te gooien. Dadelijk zit ik de hele dag thuis niks te doen.’

‘Welkom bij de club! Ik zit al bijna twee weken in die situatie. En het went, hoor. Je hebt overal lekker de tijd voor. Gisteren heb ik met Sylvie tot half twee naar The Missing gekeken.’ Terwijl hij vertelde wat er allemaal in die serie gebeurde, denk ik alleen maar: ik wil die met hem kijken, samen op de bank onder een dekentje, dicht tegen elkaar aan. Gelukkig is Sylvie een pot, anders zou ik gek worden van jaloezie.
‘Kauwgumpje?’ vraag ik.

‘Natuurlijk niet.’ Hij kijkt naar mijn uitgestoken hand of ik lepra heb.    

Vrijdag

Floor en ik houden een girls night in. Ik heb havermoutkoekjes gebakken, Floor heeft een vegacurry laten komen en daarna hebben we elkaars uitgroei bij gewerkt. Nu zitten we in een badjas met een gezichtsmasker op elkaar nagels lakken. ‘Wat vind je van deze kleur?’ Ik houd een flesje grasgroen omhoog.

‘Doe maar,’ zegt ze. ‘Er is toch geen hond die het ziet. Ik heb zelfs mijn benen al in geen week geschoren en ze zijn nu in de fase borstelig zacht.’ Ik strijk over haar onderbeen; het valt inderdaad best mee. Misschien moet ik ook maar met scheren ophouden, wat maakt het uit. Best kans dat ik pas over een maand of twee weer mijn benen gepassioneerd om Kees’ middel kan klemmen of een leuke jurk aan trek. Twee maanden, mijn hart staat gewoon stil bij het idee. Dat kan toch niet? Tegen die tijd ben ik een verpieterd stuk korstmos. De moed erin houden, daar gaat het nu om. ‘We gaan een feest geven,’ zeg ik. ‘Een feest met goeie muziek en leuke mensen en mooie kleren. We kunnen zelfs gaan dansen! Dat moet toch kunnen, online? ’