Kiki #111: ‘Aanbellen om te vragen wat er aan de hand is, durven we niet’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook:
‘Heb je enig idee met wie Kees het nog meer allemaal doet?’

Dinsdag

Irritant dat Floor zo’n hardcore vegetariër is, dat beperkt de culinaire mogelijkheden behoorlijk. Na lang googelen besluit ik vooraf een bietencarpaccio met geitenkaas en walnoten te maken, als hoofd een vegalasagne, en als toetje serveer ik een hazelnoottaart en de vraag of Kees hier af en toe kan blijven slapen. Ik hoop zo dat ze het oké vindt, omdat het bij hem thuis zeker niet kan. Zijn huisgenoot Sylvie heeft haar vriendin ook al in geen twee maanden gezien. Ik vraag me wel af wat voor relatie je dan hebt, maar goed.

Aangezien ik verder toch geen fluit te doen heb, neem ik alle tijd om boodschappen te doen. Ik mijmer bij de appels, mediteer voor het theeschap en babbel bij de wijn een poos met dat meisje die bij ons in de straat woont en ook gek wordt van het isolement. ‘Als nog een keer iemand zegt dat er ook positieve kanten aan deze crisis zitten, sla ik hem op zijn bek!’ Wanneer ik afreken, zie ik achter de cassière een briefje hangen dat ze mensen kunnen gebruiken die flexibel inzetbaar zijn. Moet ik dat gaan doen? Achter de kassa zitten lijkt me niet erg inspirerend, maar ik heb geld nodig, en het lijkt me ook fijn om van huis te zijn. Misschien ga ik wel solliciteren.

Tegen zessen dek ik de tafel met kaarsen en servetten waarvan ik zwanen heb gevouwen (ja, ik heb echt te veel tijd) en app ik Floor of ze naar huis komt. Een half uur later schuift ze aan tafel. We praten over het nieuws, mijn moeder die maar ziekig blijft, wat we meegemaakt hebben – daar zijn we uiteraard in een paar minuten klaar mee – en de buren naast ons. Over hen hebben we bijna elke dag uitgebreid. Het is een stel van een jaar of dertig en ze hebben steeds vaker ruzies die er behoorlijk heftig aan toe gaan, met geschreeuw en gegil. Soms wordt het van het ene op het andere moment muisstil. Ik denk dan dat ze seks hebben om het goed te maken, maar Floor vermoedt dat hij haar slaat. Aanbellen om te vragen wat er aan de hand is, durven we niet.   

Tijd voor dessert: de hazelnoottaart en de vraag. ‘Zou je het een groot probleem vinden als Kees af en toe een nachtje bij mij slaapt?’

Bedachtzaam kauwt Floor op een hap taart. Dan zegt ze: ‘Als je zeker weet dat hij verder niemand ziet binnen die anderhalve meter, kan dat wel, denk ik.’ Ik spring op om haar een dikke knuffel te geven. Lachend zegt ze: ‘Maar hij moet hier niet komen wonen.’             

Vrijdag

Floor is naar de redactie om ingewerkt te worden en dat betekent dat ik de hele dag het huis voor mij alleen heb. Nadat ik van onder tot boven ben gepoetst, onthaard en geflost, app ik Kees. ‘Kom je?’ Nog geen half uur later staat hij voor me met dat lachje waarvan ik altijd slap in de knieën word. Ik stort me in zijn armen.