Kiki #115: ‘Wanneer hij zich omdraait trek ik mijn rokje snel even omhoog zodat hij mijn rode string kan zien’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Woensdag

Bij een tuincentrum aan de rand van de stad heeft Kees werk gevonden en ik ga eens kijken hoe het daar is. Bij de ingang krijg ik van een meisje met rubberhandschoenen de verplichte kar aangeboden. Mijn plan was Kees te verrassen, maar het ding ratelt zo hard dat dat waarschijnlijk niet gaat lukken. In de zaak lopen vooral veel echtparen op sandalen rond, dus de kans lijkt me klein dat Kees hier leuke vrouwen ontmoet. Dat was in het café wel anders. Sommige meiden vroegen gewoon of ze met hem naar huis mochten als hij klaar was met werken. Daarvoor hoefde hij niet meer te doen dan een biertje tappen en een praatje maken. 
Ik duw mijn kar door lange paden met perkgoed. Het tuincentrum is enorm groot en het duurt dan ook best even voordat ik Kees heb gevonden. Met een pot wuivend gras in zijn handen staat hij te praten met een vrouw met een grijs krullend haar en een kar vol groen. Oké, ik wacht wel even. Ik bekijk wat plantjes, voel aan een blaadje, ruik aan roze bloemen. Probeer een nies te onderdrukken en stik bijna. Inmiddels staan Kees en de vrouw bij boompjes. Ik dacht hij zijn dagen vulde met water geven en planten in schappen zetten, niet met eindeloos geklets. Ik rijd door naar de aquaria en bekijk traag zwemende enorme rode en witte koikarpers. Dan hoor ik ineens Kees zeggen. ‘Kan ik u helpen, mevrouw.’

‘Ik wil graag een hamster,’ antwoord ik.

‘Een goudhamster, de dwerghamster of een Chinese?’

Leuk dat hij het spel meespeelt. ‘Wat zijn de liefste?’

‘Als u een dier wilt om te knuffelen, kun u beter een poes nemen.’

‘Of een kater.’ Ik sla mijn armen om hem heen, en wil hem een lange natte zoen geven, maar hij duwt me van zich af. ‘Kiek, dit is mijn werk!’

Oké, dat begrijp ik. Op gepaste afstand kletsen we een tijdje en dan rijd ik verder met mijn kar. ‘Kees!’ roep ik. Wanneer hij zich omdraait trek ik mijn rokje snel even omhoog zodat hij mijn rode string kan zien. Hij begint keihard te lachen.

Donderdag

Voor het eerst sinds maanden repeteren we weer met de band. Het is maar goed dat ik een hoodie aan heb, want in de loods tocht het flink omdat alle deuren wijd openstaan. Maar man, wat is het goed om iedereen weer te zien. Zelfs Jasper is teruggekomen uit Berlijn. Het liefst gaf ik zet stuk voor stuk een hug, maar dat kan natuurlijk niet. Nadat we een poosje hebben staan kletsen, pakt iedereen zijn instrument en spelen we een golden oldie om er weer in te raken. Wat tof om weer samen muziek te maken! Nu pas merk ik hoe erg ik de jongens en het zingen heb gemist. Wanneer kunnen we weer optreden? Wanneer wordt het leven weer normaal? Ik denk dat iedereen hetzelfde verdriet voelt, want als de song is afgelopen, blijft het ongebruikelijk stil. Tot Jasper de eerste akkoorden van een superswingend nummer speelt en we los gaan.

Lees ook: Kiki #114: ‘Het is een heerlijke lange zoen die steeds hartstochtelijk wordt’