Kiki #138: ‘Ik wil liefde, maar waar ontmoet ik iemand in deze krankzinnige tijd?’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook:
Kiki #137: ‘Ik vind je te gek en heel geil, maar ik wil vrij zijn’

Dinsdag

Het warenhuis wil dat steeds meer mensen thuis gaan werken. Sharon heeft dat ook aan mij gevraagd, maar dat is lastig als je geen eigen huis hebt. Marije en Knabbel en Babbel oftewel Yvette en Roos doen het wel en daardoor zit ik helemaal alleen op de afdeling. Af en toe steekt Sharon haar hoofd om de deur om te kijken of ik nog leef. Ik verzet veel meer werk, maar het is wel ontzettend saai. In mijn pauze maak ik daarom een rondje door het warenhuis dat al helemaal opgetuigd is voor december. Ik bekijk een jurkje dat zo duur is dat ik het niet durf te passen, loop een poosje achter twee kletsende Japanners aan en ga dan naar buiten om te lunchen. In een eetcafé bestel ik een broodje hoemoes met sla en dat eet ik op aan een tafeltje voor het raam. Normaal word je duizelig van de voorbijgangers, nu loopt er af en toe iemand voorbij. Dan komen er twee vrouwen aan, die zo te zien ruzie hebben. Die met het lange blonde haar maakt grootse gebaren en heeft dieprode wangen. De ander probeert haar te kalmeren. Als zij haar gezicht naar me toe draait, herken ik Bente, de vrouw van de zus van Floor. Wie is die blonde vrouw dan? Op mijn telefoon zie ik dat ik over vijf minuten weer achter mijn computer moet zitten. Maar het is een beetje raar om Bente gedag zeggen nu ze midden in een bekgevecht zit. En haar voorbij lopen zonder iets te zeggen kan ook niet. Dus ik wacht en wacht. En dan trekt Bente de vrouw naar zich toe en kust haar vol op de mond. Oh, mijn god, ik weet zeker dat ik niet had moeten zien. Als ze verder lopen, ren ik zo snel als ik kan terug naar het warenhuis. Achter mijn bureau overweeg ik om Floor te appen wat er is gebeurd maar ik doe het toch maar niet. Misschien was die vrouw wel haar zus. Alhoewel ik een zus nooit zo zou zoenen.

Donderdag

Finn en ik gaan steeds meer op een uitgeblust middelbaar stel lijken. De een kookt, de ander ruimt op, en daarna kijken we tv met de kat op schoot. Ik plof naast hem op de bank en zeg: ‘We kunnen Alexandro wel eens te eten vragen. Aardige jongen is dat.’

Finn drukt op de afstandsbediening en zegt: ‘Hij heeft het druk.’

‘Waarmee dan? Iedereen zit zich thuis toch kapot te vervelen?’

Nieuwsgierig kijkt hij me aan. ‘Gewoon met z’n baantjes en zijn muziek en zo. Zou je wat me hem willen?’

‘Nou, ik weet niet. Ik vind hem gewoon leuk.’

‘Dat vinden dus alle meiden. Maar ik heb slecht nieuws; hij is hartstikke gay.’

Gay? Toen ik met hem kletste kreeg ik niet die indruk. Ik weet zeker dat hij af en toe naar mijn borsten keek en naar mijn lippen staarde toen ik mijn tong erlangs liet glijden. Maar misschien is hij net uit de kast en reageerde hij vanuit een oude reflex. Ik zucht. 
Ik wil zoenen, ik wil seks, ik wil liefde, maar waar ontmoet ik iemand in deze krankzinnige tijd?

Wist je dat je ook wekelijks naar Kiki kunt luisteren?