Kiki #161: ‘Dat met Alexandro was gewoon een stom experiment’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Woensdag

Ik heb mijn jas nog niet uit, of Sharon komt al naar me toe. ‘Ik wil graag iets met je bespreken. Nu.’ Terwijl ik achter haar aanloop, probeer ik te bedenken of ik iets verkeerd heb gedaan. Positief blijven, misschien krijg ik wel een bonus.

Zittend achter haar bureau vouwt ze haar handen voor haar borst. ‘Zoals je weet, luister ik regelmatig mee met de gesprekken die jullie met klanten voeren. Afgelopen week heb ik jou een aantal dingen horen zeggen die ik nooit meer wil horen. Ten eerste: wij zeggen geen doei. Nooit. Voordat je ophangt zeg je: ‘Ik wens u nog een prettige dag, mevrouw of meneer.’ Verder zeurt de klant niet. Ook als hij precies wil weten waar de merinowol vandaan komt die voor zijn sokken is gebruikt, blijf je beleefd. Maar erger nog is dat je klanten afraadt om iets te kopen. Dit zei je vorige week. Ze buigt zich naar haar computerscherm en leest voor: ‘Ik zou die hoodie nu niet kopen, over een paar weken begint de uitverkoop en dan heb je ‘m voor de helft.’ Woedend kijkt ze me aan. ‘We zijn geen liefdadigheidsinstelling. En je kan al helemáál niet aan de klant vragen of hij al op Vinted heeft gekeken.’
Ik wil antwoorden dat het een jongen van mijn leeftijd was die volgens mij niet zo veel geld had, maar ze geeft me geen kans. ‘Ga maar terug naar je plek. Binnenkort houd ik weer een steekproef en als ik je nog één keer Doei hoor zeggen, lig je eruit.’

Vlak voordat ik de deur achter me dichttrek zeg ik zacht: ‘Doei.’ Ik ben zo klaar met deze baan. Zodra de wereld weer normaal is, zoek ik wat anders. Iets met gezellige collega’s, misschien wel in de horeca, of bij een festival. Alles beter dan dit.        

Vrijdag

Finns koude oorlog heeft nu lang genoeg geduurd. Met zes speciaalbiertjes en een bonzend hart bel ik bij hem aan. En nog een keer en nog een keer en nog een keer.  Zodra hij opendoet, ren ik de trappen op. In zijn deuropening staat hij met zijn armen over elkaar op te wachten. ‘Wat moet je nou?’

Hijgend zeg ik: ‘Ik heb biertjes, heel bijzondere. Ik mis je zo. Ik ben zo stom geweest en het spijt me echt. ’ Ik begin te huilen, heel zielig. Het zijn tranen die ik makkelijk had kunnen wegslikken, maar ik weet dat Finn niet tegen jankende vrouwen kan. En ja hoor, hij slaat zijn armen om me heen en zegt dat ik me niet zo druk moet maken. 

Na een poosje zeg ik: ‘Dat met Alexandro was gewoon een stom experiment.’ 

Hij knikt. ‘Dat zei hij ook.’

Oef, klein deukje in ego. ‘En natuurlijk had ik er niet over moeten liegen, maar ik wist dat je het niet leuk zou vinden. Maar het belangrijkste is dat ik jou niet kwijt wil. Jij bent mijn beste vriend. ‘ 

Nerveus kijk ik hem aan. Hij gaat toch niet zeggen dat hij niet meer met me bevriend wil zijn omdat hij verliefd op me is?

 

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?