Kiki #169: ‘Dit moet Midas zijn, wat is hij knap. En wat ruikt ‘ie lekker!’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Zondag  

Blijkbaar heeft Jasper alle trappen opgerend, want hij hijgt als een paard. ‘Ik dacht; ik kan het je wel opsturen, maar ik vind het leuker om het nummer zelf aan je te laten horen. Het is zo vet geworden!’

Even later dendert het nummer door mijn kamer. Terwijl we luisteren kijken we elkaar aan. Jasper schudt met zijn hoofd mee op de maat, ik moet me bedwingen om niet met mezelf mee te zingen. Wauw, dit is goed, zeg. Ik kan bijna niet geloven dat ik dit heb ingezongen, het klinkt zo sophisticated. En dan die uithaal op het eind, mijn haren gaan ervan overeind staan.

‘Wat denk je ervan?’ vraagt hij. ‘Het is te gek!’. ‘Die producent is supergoed, Gregor en ik zijn zo blij met het resultaat.’ ‘Ik ook!’ We zetten de song nog een keer op. Dit keer dansen we mee, woest, met zwaaiende armen, grote passen en blije koppen. Misschien wordt het wel een hit! Ik zie voor me dat vanuit elk café en in iedere strandtent deze song te horen is. Dat mensen over twintig jaar zeggen: ‘Ja, dat was de zomer van ‘21.’

Nadat we het nog twee keer hebben beluisterd, drinken we een biertje en we kletsen wat. Vlak voordat hij naar huis gaat, zegt hij: ‘Je moet nog even een factuur schrijven. Heb je een BTW-nummer?’ Als ik verbaasd mijn hoofd schudt, zegt hij: ‘Je kunt het heel makkelijk aanvragen bij de Kamer van Koophandel. Ik zou het maar doen, want ik denk dat je wel vaker gevraagd gaat worden voor dit soort klussen.’

Woensdag

Zodra de zon schijnt, stroomt het terras vol en is het keihard werken. Nico, de eigenaar heeft gezegd dat ik na een proefperiode een jaarcontract kan krijgen voor minimaal zestien uur per week. Daar ben ik heel blij mee en ik doe ontzettend mijn best. Ik vind het ook leuk om klanten een vrolijk gevoel te geven en ze snel te bedienen. Een oudere dame serveer ik een café au lait uit als er iets tegen mijn achterbenen aanspringt. Ik schrik er zo van, dat ik het glas laat vallen.

Vrolijk kwispelstaartend kijkt Joost me aan. ‘Wat doe jij nou hier?’ Zacht duw ik hem weg, zodat hij niet met zijn poten in de scherven gaat staan. Een jongen met dreads, in een korte broek en een gebloemd korte mouwen overhemd komt aangerend.  ‘Hij rukte zich ineens los’, zegt hij. ‘Maar nu begrijp ik waarom. Ben jij Kiki?’ Dit moet Midas zijn, het neefje van Heleen dat ook regelmatig Joost uitlaat. Ik knik en word knalrood. Wat is hij knap! En hij ruikt ook lekker valt me op als hij zich bukt om me te helpen met glas opruimen. ‘Eindelijk ontmoet ik je dan een keer!’, zegt hij. ‘Ik wilde met je over Joost te praten. Dat het soms zo’n gekke hond is. Gromt hij bij jou ook altijd tegen chihuahua’s?’ Hij kijkt me aan – prachtige groene ogen – en vraagt: ‘Zullen we een keer afspreken?’

‘Lijkt me superleuk.’ Verdomme, waarom reageer ik nu zo overdreven enthousiast. Hij wil over een hónd praten.