Kiki #44: ‘Mijn lichaam verraadt me altijd als het om Kees gaat’

Kiki Faber (26) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – is pas verhuisd naar de grote stad Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook: Kiki #43: ‘Wanneer ik in bed lig, begin ik te huilen. Wat een kutavond’

Zaterdag

Eigenlijk weet ik niet zeker of Kees wel een kat wil. Maar ik ga hem niet om toestemming vragen, want het wordt mijn kat, die ik ga verzorgen. En als hij het poesje ziet, vindt hij het vast een hartstikke leuke verrassing. Floor gaat mee naar Mia om het katje uit te zoeken. Ze heeft diepe wallen, vettig haar, draagt een afgeragde kikkergroene trainingsbroek en luistert totaal niet naar wat ik zeg. Als ik vertel dat ik vorig weekend zo’n mislukt optreden had, zegt ze: ‘Goed zeg.’  Maar zodra ze de katjes ziet, wordt ze vrolijker. Ze zijn dan ook zo ongelooflijk lief en grappig.  Ze rennen achter elkaar aan, delen tikken uit met poezenpootjes, likken met vuurrode tongetjes hun zijdezachte vacht. Ik kan kiezen tussen een zwarte met een witte bef of een rood katertje, de rest van het nest is al vergeven. ‘Je kunt ze ook allebei nemen,’ zegt Mia.

Dat is waarschijnlijk te veel verrassing voor Kees. Op dat moment komt de zwarte poes naar me toelopen, en snuffelt aan mijn hand. ‘Deze wordt het,’ zeg ik.

Even later zit ik naast Floor in de auto met het beestje zacht mauwend tegen me aan en voel ik me intens gelukkig.

Zondag

‘Ik stond net in kak. Hoe kan dat in godsnaam?’ schreeuwt Kees. Hij heeft het grote licht aangedaan waardoor ik met mijn ogen knipper. Het poesje, dat naast mijn hoofd lag te slapen, rekt zich uit en springt uit bed. ‘Wat is dat!’

‘Dit is Kylie. Ik denk dat ze nog niet goed weet waar haar bak staat.’

‘Hoe kun je nu een kat nemen? Dat had je toch moeten overleggen?’ En hij begint te jammeren dat het nu heel lastig is om op vakantie te gaan, het diertje zijn kostbare planten gaat terroriseren en overal haren zal achterlaten. Ik voel me hoe langer geïrriteerder, het is verdomme half vier ‘s ochtends. Hoe komt hij erop om op dit krankzinnige tijdstip ruzie te trappen over het allerliefste diertje ooit? ‘Dan blijf je voortaan toch lekker op je eigen kamer?‘

‘Waar slaat dat nou op? Als je een relatie hebt, kun je toch niet zomaar je gang gaan?’

‘En dat moet jij nodig zeggen! Wie stormt er midden in de nacht mijn kamer binnen om ruzie te maken? Rot op, man.’ Ik trek het dekbed over mijn hoofd. Het licht gaat uit, en hij komt naast me liggen. Verdomme. ‘Wat zei ik nou!’ Ik wil hem een zet geven, maar hij pakt mijn pols beet. In het licht van de straatlantaarns zie ik zijn ogen glinsteren. Weer probeer ik hem weg te duwen, maar hij is veel sterker dan ik. ‘Ik vind het geil als je kwaad bent,’ mompelt hij. Hij duwt zijn tong tegen mijn lippen en even voel ik de neiging om er hard in te bijten, maar dan open ik mijn mond. Mijn lichaam verraadt me altijd als het om Kees gaat.

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

Jessica (27) heeft een passie voor (salsa)dansen, muziek, gekke taalfeitjes en de Spaanse cultuur. Voor VIVA schrijft ze over human interest, entertainment, reizen, liefde, seks en al het andere dat haar bezighoudt.