Kiki #70: ‘Ze had met haar poten van mijn man moeten afblijven!’

column kiki

Kiki Faber (26) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – is pas verhuisd naar de grote stad Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook: Kiki #69: ‘Met een wasbleek gezicht ligt Floor in haar ziekenhuisbed’

Woensdag

‘De rode streep op de vloer volgt u tot u bij de liften bent,’ zegt de vrouw achter de informatiebalie. ‘Op de tweede etage kunt u bij de balie vragen naar kamer 2108. Duidelijk zo?’ Ik knik. Hopelijk vind ik Silas snel en is hij er niet al te erg aan toe. Ik kan niet goed tegen bloed, etterende wonden en kots. 

Kamer 2108 loop ik eerst voorbij omdat er een feestje aan de gang lijkt, zoveel mensen staan er te kletsen. Dan zie ik Silas op bed liggen. Zijn been hangt in een kabelconstructie boven zijn bed en gezicht is zo bont en blauw dat hij bijna niet meer op zichzelf lijkt. Hij wenkt me en als ik dichtbij genoeg ben, fluistert hij: ‘Floor?’
Ineens valt er een doodse stilte.

‘Ze hebben een stuk van haar milt verwijderd en ze moet lang rust houden, maar het komt…’

‘Die teringhoer!’ roept een vrouw met lang zwart haar. ‘Als dat kutwijf er niet was geweest, was dit helemaal niet gebeurd! Ze had met haar poten van mijn man moeten afblijven! Zeg maar tegen haar dat ik hoop dat ze erin blijft! En nou opgedonderd jij!‘ Probeert ze me nu echt een klap te geven? Een man met een grijzige baard pakt haar beet en zegt: ‘Rustig Soraya, zij kan er niks aan doen.’

Snel vlucht ik de kamer uit. Wat nu? Ik besluit straks nog even bij Silas langs te gaan als zijn familie naar huis is. Op een gang stel ik me achter een yucca verdekt op. Ruim een half uur later komen ze voorbij lopen, druk pratend in een taal die ik niet ken. Als ze in de lift zijn gestapt, glip ik Silas kamer in. Zijn gezicht is uitdrukkingsloos maar aan zijn ogen zie ik dat hij blij is met mijn komst. ’Floor?’ vraag hij met opeengeklemde kaken. Ik vertel nog een keer wat ik van haar toestand weet en vraag dan hoe het met hem is. ‘Bovenbeen is op twee plaatsen gebroken, bot kwam door de huid heen. Duurt weken, als het al goedkomt. En dan heb ik nog van alles gekneusd.’ Een diepe zucht. ‘Heb Floor geappt maar ze reageert niet. Was bang dat ze het niet had overleefd.’

‘Ze is haar telefoon kwijt. Zodra ze er weer een heeft, laat ze zeker van zich horen.’

En dan zie ik dat hij huilt. Het voelt ontzettend ongemakkelijk om zo’n supervolwassen iemand te zien instorten en ik weet niet wat ik moet doen. Nadat ik een tijdje mijn nagels heb bestudeerd, geef ik hem een tissue en mompel dat ik maar eens naar mijn nichtje ga. ‘Ze wil heel graag weten hoe het met je gaat. Ik kom snel weer langs. Nou dag!’ 

Als ik zijn kamer uitloop, bots ik bijna tegen een verpleegkundige aan. ‘De bezoektijden gelden ook voor jou, jongedame,’ snerpt ze. ‘De patiënten hebben rust nodig en…’

‘Stik erin!‘ onderbreek ik haar en ik loop zo snel mogelijk naar buiten, de frisse lucht in.