Kiki #91: ‘Waar moet ik naartoe als zij haar appartement terug wil?’

Kiki Faber

Kiki Faber (27) – inderdaad het nichtje van de welbekende Floor Faber – woont in Amsterdam, waar ze met haar grote mond, impulsiviteit en chaotische gedrag genoeg dingen meemaakt. Op viva.nl/kiki deelt ze elke week haar belevenissen.

Lees ook:
Kiki #90: ‘Iedereen is zo vol van the happiest time of the year dat ik wel kan janken’

Donderdag

Mijn eerste berichtje van de dag is van Tinderman Dylan, en de laatste ook. We chatten over heel gewone zaken: hoe we koffie drinken, dat hij ook een kamerplant heeft, gedoe op zijn werk (hij doet iets bij tv). Daardoor is het net of ik hem al heel lang ken. Maar vanavond ontmoet ik hem voor het eerst.

In een café waar ik nog nooit ben geweest hebben we afgesproken. Hij zit aan de bar en ik herken hem meteen, ook al lijkt hij niet erg op de foto. Daar vielen die zware wenkbrauwen niet zo op. Nu niet meteen afhaken, spreek ik mezelf streng toe. We geven elkaar een hug en als hij vraagt wat ik wil drinken, bestel ik een G&T. ‘Ben je er zo een?’ vraagt hij. Ik besluit de opmerking te negeren. Thuis heb ik een paar openingszinnen geoefend om de eerste ongemakkelijke minuten door te komen. ‘Dus je hebt een sanseveria?’ zeg ik. Niet begrijpend kijkt hij me aan. ‘Dat is die plant waar je het over had. Ik weet er wat van omdat mijn ex gek was op planten. Die kon zelfs een uitgebloeide orchidee tot leven wekken.’ Terwijl ik het zeg, besef ik dat ik twee cruciale fouten maak. Eén: ik noemde de ex. En twee: een bejaardenplant. Ik graaf in mijn geheugen: welke openingszinnen had ik nog meer bedacht? Oh ja, iets zeggen over de omgeving.  ‘Grappig al die opgezette dieren.’ Zei ik nu echt grappig? Ik vind dat woest kijkende everzwijn eigenlijk nogal luguber.

Hij knikt. ‘Ja, thuis heb ik een paar hertenkopjes, en ook een opgezette kat. Gekocht in Oostenrijk. Te gek land. De meeste mensen gaan erheen om te skiën, maar je kunt er ook waanzinnig mountainbiken en lekker eten.’ Terwijl hij enthousiast vertelt over schnitzels, bedenk ik dat ik hem op de chat tien keer grappiger vond. Als hij vertelt dat zijn tv-carrière inhoudt dat hij bij een omroep systeembeheerder is, weet ik zeker dat dit ’m niet gaat worden. Nu alleen nog elegant van hem zien af te komen. Zodra er een pauze valt, zeg ik: ‘Ik ga maar eens. Morgen moet ik weer vroeg in de winkel zijn.’

‘En zo kom je er maar mooi onderuit om ook een rondje te geven,’ zegt hij. ‘Geeft niks hoor, meid.’ Het klinkt als: wat ben jij stomme trut. Als ik naar huis fiets, kijk ik zelfs een paar keer achterom of hij me niet volgt.

Zondag   

‘Wat ben ik blij dat die sinterklaasellende voorbij is,’ zegt Floor, die languit op mijn bank ligt met een glas wijn in haar hand. ‘Er was niets aan. Silas had voor honderden euro’s cadeaus gekocht en die meiden maar janken dat ze niet alles van hun verlanglijst hadden gekregen.’

‘En wat vindt Silas daar dan van?”

‘Niks.’ Ze zucht.  ‘Soms vraag ik me af of het wel zo’n goed idee was om te gaan samenwonen.’

Daar schrik ik behoorlijk van. Waar moet ik naartoe als zij haar appartement terug wil?

Banner