Kinderen, ik wil ze slaan

Hoe ver vliegt een kind eigenlijk als je het aan z’n voeten in de lucht slingert? Is het strafbaar om stiekem een zakje zout in zo’n kan limonade te strooien? Zomaar wat gedachten die in me opborrelen wanneer ik een middagje doorbreng in een kinderspeelparadijs.

Naar sfeertje
Ik kom er niet zo heel graag, in die kinderspeelparadijzen. Dat heeft deels te maken met het feit dat ik het sfeertje echt verschrikkelijk vind, een emotieloze grauwe fabriekshal vol met kleurrijke speeltoestellen. Ook heeft het te maken met het feit dat het concept me een beetje tegenstaat, kinderen die twee uurtjes in een speelhal gedumpt worden, zodat mama een boek kan lezen, papa op z’n laptop kan werken, en niemand zich meer schuldig hoeft te voelen over het feit dat ze niet gewoon zelf tijd doorbrengen met hun kinderen. Het zal een gekleurd beeld zijn, maar zo voelt het daar, dus kom ak er niet graag.

Maar de voornaamste reden dat ik dit soort plekken liever mijd, is niet dat ik de locatie niet leuk vind, maar vooral dat ik weinig sympathie kan opbrengen voor de persoon waarin ik verander wanneer ik zo’n speelfabriek betreed. Dat heeft allemaal te maken met loslaten, of eigenlijk het onvermogen om dat te doen. Dat Robin af en toe valt en zich lelijk kan bezeren, daar ben ik nu inmiddels wel aan gewend. Dat er echter andere kinderen zijn die hem met opzet bezeren, treiteren, pesten, daar kan ik nog niet overheen stappen.

Etterbakje
Robin lijkt enorm op mij toen ik zo jong was. Geen avonturier, kat uit de boom kijken, en na lang nadenken en moed verzamelen, toch die hoge glijbaan opklimmen, en dan stapje voor stapje vooruit. En dan komt er dus van rechts zo’n etterbakje met een hanenkam (wellicht generaliseer ik, maar sorry het is áltijd een etterbakje met een hanenkam of gelijksoortig kapsel) en die beukt hem omver, of geeft hem een duwtje zodat hij ondersteboven van de glijbaan lazert en met een vuile grijns wordt nagekeken. En Robin denkt wel drie keer na voordat hij weer naar boven klimt.

Dat is een probleem dat Robin zelf moet oplossen, het is makkelijker om jezelf te wapenen tegen etterbakken (of het nu in een speeltuin is, op school of op kantoor), dan om ervan uit te gaan dat iedereen die je iets flikt daarvoor gestraft wordt. Mijn hoofd snapt dat, maar mijn hart…mijn hart wil van mijn stoel springen, dat joch aan z’n hanenkam van de glijbaan trekken en met z’n hoofd in een pannenkoek met stroop duwen. Je wilde een pannenkoek met gezicht erin? Hiero! Uiteraard kan en zal ik dat niet doen, maar wat ik uitstraal heb ik niet altijd onder controle, met als gevolg dat ik dat soort ettertjes soms de meeste vuile blikken toewerp, alsof ze daar ook maar enigszins van onder de indruk zijn (en alsof dat niet ongelooflijk kinderachtig is).

Frusti
Iemand herinnerde me er gisteren aan dat rotkinderen niet bestaan, en dat geloof ik wel, maar in zo’n speelparadijs is het moeilijk om aan zo’n geloof vast te houden. Ik kom er dan ook liever niet, maar Robin vindt het geweldig, en wordt regelmatig uitgenodigd door ooms, tantes enzovoort en ik wil het hem nu ook weer niet ontzeggen omdat papa zo’n frusti is. Hoe ik dan voorkom dat ik daadwerkelijk kinderen de lucht inslinger of een schrompelnier bezorg met zoute limonade? Ik neem m’n laptop mee, en doe alsof ik het allemaal niet zie.

Hm…wacht eens even…

© beeld: Shutterstock