Blog Merel: Klein geluk

‘Zijn we er bijna?’ klinkt het al na een kwartier. Ze hebben de heenreis van 15 uur meegemaakt. Dat geeft een indruk van de terugreis, zou je denken, maar die logica spreekt niet voor zich. Twee gevulde kotsbakjes, stokbroden en een bos wortelen later, geeft men zich lijdzaam over aan het luxe voorrecht dat vakantie heet.

Voorzichtig
Dochter komt zonder maaginhoud verassend snel weer tot leven.
‘Kijk’, zegt ze, ‘een beessie.’ In de palm van haar hand ligt een klein roze pluisje van mijn sjaal. ‘Ik geloof dat hij een beetje misselijk is. Kan jij hem vasthouden? Dan maak ik een bedje voor hem. Voorzichtig hoor.’ Van een deken vouwt ze een huisje bij haar voeten.

Vliegen
‘Wat heb je daar?’ vragen de jongens afgunstig.
‘Een Beessie. Willen jullie dat ook?’
‘Natuurlijk! Wat is het dan?’
‘Iets waar je goed voor moet zorgen. Hij mag echt niet wegvliegen.’
‘Kan het vliegen?’ roepen ze opgetogen. ‘Ook in de auto?’
‘Jaaa,’ klinkt het geheimzinnig.
Dochter plukt meer pluisjes en deelt ze eerbiedig uit.

Verzorgingshormonen
‘Pappa, deze wil bij jou op je knie zitten. Ja, zo. En denk erom,’ zegt ze bezwerend, ‘ze moeten veilig thuis komen.’
Een groot deel van de reis is iedereen druk met zijn beessie.
Ze worden geknuffeld, in slaap gezongen en na onverhoeds vliegen
weer van de vloer gevist.
Een auto vol verzorgingshormonen doorkruist voorspoedig verschillende landen.

Noodlot
Als de avond valt, slaat het noodlot toe. Vaders knie is leeg.
Wanneer kan dat gebeurd zijn? Toen we gingen plassen? Bij dat tankstation? Toen we een frietje aten?
‘Er zit niets anders op,’ zegt Zoon gedecideerd.
‘We moeten terug.’

Meer blogs van Merel lezen? Klik hier.
Beeld: Sony