Klinische avonturen in TepelTown

geen

Baby M is geboren, hoera! Dat betekent een roze wolk, beschuit met muisjes en borsten in een totaal nieuw daglicht.

Opgelucht, dat was ik toen mijn eerste zoontje geboren werd, maar ook nu baby M geboren is. Er is zo ontzettend veel dat mis kan gaan, en al zeggen ze dat het bijna nooit gebeurt, het zal je maar gebeuren. Godzijdank is alles op rolletjes verlopen, al blijf ik dat een lastige uitspraak vinden als je ziet wat je vrouw 9 maanden plus een hele heftige dag moet doorstaan. Het is ook om die reden dat ik vind dat je als man absoluut niet mag zeiken als je voor de zesde keer je bed uitgebonjourd wordt. Ja je bent moe, ja je bent bekaf, maar je onderlijf is niet aan stukken gereten na negen maanden een zeer onprettige kermis te hebben gevierd. Je herkent me dezer dagen dan ook aan een voorgeprogrammeerde glimlach.

Kletsen en fruitsapjes
We hebben een fijne kraamverzorgster gekregen, daar ben ik blij mee, zo eentje die niet alleen goed voor M en de baby zorgt, maar ook nog eens heerlijke tropische fruitsapjes maakt (mét parapluutjes hè?). Ik vind kraamzorg vooral ook heel gezellig, ze kunnen zo lekker kletsen. Er is echter één soort gesprek waaraan ik niet zoveel toe te voegen heb, de zogenaamde tepelpraat. Ik ben geen macho, ben niet goed in mannenpraat, maar ik kijk toch liever Bubble Guppies met Robin dan dat ik de passieve luisteraar uithang bij de klinische avonturen in TepelTown. Ik vind het goed en waardevol dat er tegenwoordig gewoon over gesproken kan worden (ik kan me zo voorstellen dat dat een jaar of 50 geleden wel anders was), maar ik heb er zo weinig aan toe te voegen. Ik weet maar één ding over borsten, en dat is dat ik ze tof vind. Dat is natuurlijk weinig waardevol om toe te voegen aan een gesprek over borstvoeding. Ik probeerde me er nog intelligent in te mengen gisteren, in een poging om over mijn holbewonerheid heen te stappen.

Holbewoner
‘Dus zo’n tepelhoedje zorgt ervoor dat de baby kan drinken waar hij dat normaal niet zou kunnen?’ ‘Ja, die maakt ze wat minder vlak’. ‘Interessant. Maar hoe deden ze dat vroeger dan? ‘ ‘Tepelhoedjes bestaan al even hoor Martin’. ‘Ja maar heel vroeger, zeg maar in de holbewonertijd, hoe hebben kindjes dat ooit kunnen overleven?’ ‘Tja, veelal niet’ was het antwoord. ‘Dus eigenlijk zou je kunnen concluderen, dat als het tepelhoedje en flesmelk nooit was uitgevonden, natuurlijke selectie ervoor zou hebben gezorgd dat er alleen nog maar vrouwen met puntige tepels rondlopen?’

‘Misschien moet je even beschuitjes gaan smeren….’ zei M.

Ik vond het een geweldig advies. Beschuitjes smeren, dat kan ik, en het beschuitje heeft na de bevalling nog precies dezelfde functie als daarvoor, beschuitjes en ik, wij begrijpen elkaar.  Ik denk dat ik mijn ambitie om geen domme kerel te willen zijn op dit soort momenten gewoon maar even moet laten varen. Niet willen meeconverseren, maar gewoon ongemerkt achterstevoren stapje voor stapje de kamer uitschuifelen naar de wereld die ik begrijp, de wereld buiten de kraamkamer.

Als je me zoekt de komende drie weken, dan ben ik beschuitjes smeren!