Kontenkleren

Aan manlief kleeft een geschiedenis van jaarlijks terugkerende kampeerfestijnen. Succesformule. Een tiental geslaagde gezinnen slaat een high tech kampement op, stookt een vuur en trekt de flessen wijn open. De kinderschare struint door het bos. En dat vier dagen achtereen.

Plakkerssyndroom
Ieder weldenkend mens zou warm lopen voor zo’n uitje. Maar de eigenheimer in mij vertoont vluchtgedrag. Met mijn ernstige vorm van het plakkerssyndroom weet ik, dat ik nacht aan nacht te lang bij het vuur blijf zitten en te veel wijn tot me neem, om de volgende ochtend weer paraat te mogen staan voor vreugdevolle koters. Dat is één nacht leuk. De volgende dag al veel minder.

Vrijheid
Een belangrijker reden voor mijn vluchtgedrag is de gedachte aan vier lege dagen, helemaal naar wens in te vullen. Ongekende vrijheid.
In de ochtend ontwaken en niet direct twintig vragen op me afgevuurd krijgen. Baantjes trekken in het buitenbad, in plaats van mijn kroost voor verzuipen behoeden.
Franse jazz radio laten schallen. Of de stilte horen, het ruisen van mijn eigen gedachten. Vogels zingen om het hardst. Boomkruinen wiegen hoog in de wind. Roze bloesemblaadjes dwarrelen in het jonge gras. Kopje onder in een zee van tijd.

Mooie term
Zoon vraagt voor vertrek wat ik ga doen tijdens zijn afwezigheid. Toevallig offreerde een vriendin en meesterblogger mij onlangs precies de juiste term. Contempleren.
Hij proeft de klank. ‘Contempleren’.
‘Ha, Kontenkleren,’ roept Broertje.
‘Wel moeilijk. Met kleren is je kont juist bedekt,’ mijmert Zoon.
‘Niet als je broek op je knieën hangt,’ antwoordt Broertje, oplossingsgericht als altijd. Als het heel in de verte maar iets met poep en pies te maken heeft, dan vrolijkt het ons allen op. De anale fase staat garant voor jarenlang topvermaak.

Voor ze in de auto stappen wensen ze me veel plezier.
Kamperen of kontenkleren, het zal wel even leuk zijn.

Foto: By Zach Hoeken