Kunstboom met hoerenballen

Wat de meeste dingen in ons leven betreft zitten M en ik behoorlijk op één lijn. Die eensgezindheid eindigt echter abrupt zodra het woord kerstmis om de hoek komt kijken. Of zoals we het altijd zeggen: wij passen prima bij elkaar, behalve rond kerstmis.

Toen ik nog thuis woonde had ik altijd van die gekleurde lampjes rond mijn slaapkamerraam. Voor mij het toppunt van gezelligheid. Ik vond het heerlijk om in mijn kamer te zitten, licht uit, lampjes aan, zó onwijs gezellig. Zelfs huiswerk Duits was zo nog te verdragen. Toen M en ik gingen samenwonen, had ik bedacht dat het een goed idee was om diezelfde lampjes rond het raam van ons nieuwe huisje te plakken. ‘Fantastisch!’ zei ze. ‘En laten we dan meteen een bordje ophangen, pijpen vijf euro, als we toch een hoerenkast beginnen’. Die lampjes zijn er nooit gekomen, dat lijkt me duidelijk.

Kunstboom
Dat is uiteraard slechts waar het begon. ‘Hoezo een kunstboom?’ was de vraag, want blijkbaar zijn echte kunstbomen veel beter. Ik ben opgegroeid met kunstbomen (en toch kun je dan best een gelukkig jeugd hebben ;)) en als gevolg daarvan vind ik echte bomen echt heel lelijk (omdat kunstbomen zulke kunstmatig perfect verdeelde takken hebben, maar daar ben ik wél aan gewend) en irritant (ik ga niet twee weken lang vegen om te voorkomen dat mijn kruipende peuter zich tegoed doet aan een dieet van dennennaalden). Maar de grootste strijd? Die gaat toch om wat er uiteindelijk in de boom komt te hangen. De dwangneuroot in me wil graag een gecoördineerde boom, oftewel, allemaal rood met zilver of rood met goud, grote ballen beneden, kleine ballen boven. Dat ging prima, totdat M haar ornamenten tevoorschijn haalde, en dus ineens een rood pluchen hert erbij pakte.

Een rood hert.

Pluche.

In mijn kerstboom!

Maar daar hield het niet op. Na het pluchen hert volgde een roze stenen ornament (ik herhaal, in mijn boom met rode ballen), een metaalkleurige cupcake, een blauw (blauw!!!) stoffen ding waarvan ik niet eens weet wat het moet voorstellen, en een knalgeel stenen zuurstokje. En dan noem je mijn lampjes een hoerenkast?

Gezellig
En zo gaat dat dus ieder jaar. Ik begin met het versieren van de kerstboom, M besluit dat ik er geen zak van kan en snelt toe om me te helpen. Tot mijn ongenoegen, want ik tracht elk jaar om die kermis uit de boom te houden. Elk jaar vecht ik als een leeuw om die pluchen, stenen, stoffen en weet ik veel ellende uit de boom te houden, en iedere versiering wordt besproken, en bediscussieerd (een discussie die ik steevast verlies). Ongezellig? Absoluut niet, want waar ik inmiddels doe alsof ik het heel erg vind, doet M alsof ze het heel belangrijk vindt. En ondertussen hebben we de grootste lol tijdens het versieren van de kerstboom.

Een echte hoerenboom. Maar wel de ónze.