Lachen om je eigen grap

En toen maakte ik een grap waar niemand om moest lachen, behalve ik. En dat gebeurt wel vaker; dat ik om mijn eigen grap lach. Best wel hard.

Lachen om je eigen grap kan eigenlijk echt niet, vindt men. Wie ‘men’ is mag Joost weten. Maar dat er een taboe ligt op ‘lachen om jezelf’ – behalve als je voor een vol terras met je veel te hoge hakken flink op je giechel gaat, want dan is lachen om jezelf ineens heel charmant – is duidelijk.

Als ik weer eens om mijn eigen hilarische grap lig te gieren, valt er over het algemeen een stilte. Ik denk dat anderen mijn grap eigenlijk echt te gek vinden, maar dat mijn bijna-hysterische-lach alles anders maakt. Zo van: ‘Hé dat is gek, ze lacht om haar eigen grap’. Of: ‘Nou, nou, nou, zo leuk was die grap nu ook weer niet’.

En dan valt het stil. Heel stil. Op dat ene kleine ongemakkelijke ‘knorretje’ van mij na.

Of ik maak nog een grap, die dan helemaal niet zo grappig is. Het gekke is dat er dan wel altijd smakelijk om gelachen wordt. Misschien omdat dat ‘sociaal’ is; lachen om een grap tijdens ongemakkelijke stiltes. Dat hoop ik in ieder geval. Anders zou het betekenen dat niemand humor heeft.

CC foto: Ciaran McGuiggan