Lekker tokkie

Ineens stond ik midden op straat iemand uit te schelden. Onder mijn arm hield ik een driftige Katja (2), terwijl Elke (4) met open mond naast me stond. De buurman was getuige.

Ai, da’s vroeg!
Na een avond op stap rol ik midden in de nacht mijn bed in. Ik droom net over een nieuw huis met hele grote ramen als Katja om 05.30 aanslaat. Op alles wat ik slaapdronken voorstel om haar weer in slaap te krijgen, schreeuwt ze kwaad “nee, nee, nee!” Ze wil geen slokje drinken, geen kus van haar konijn en ook de befaamde banaan kan de boel niet sussen. Ik weet: dit wordt een lange dag.

Koffie
Met veel boekjes, kleurpotloden en koppen koffie kom ik de ochtend door. Katja is bloedchagrijnig en dreint om van alles en nog wat. ’s Middags lopen we naar de winkel. Elke (4) is moe uit school gekomen en sjokt naast de kinderwagen. Inmiddels ben ik wel klaar met de dag. Op de automatische piloot doe ik boodschappen.

Krijsende peuter
Op de terugweg mag Katja uit de kinderwagen die Elke graag wil duwen. Ik vind het best, zolang we maar thuiskomen. We gaan de drukke straat naar onze wijk oversteken. Katja weigert mij – natuurlijk – een hand te geven en ligt inmiddels languit op de grond te krijsen. Ik hijs haar als een zak aardappels onder mijn arm en geef Elke een seintje dat ze mag gaan lopen.

Buurman de politieagent
Plotseling remt er een scooter die ik niet zag aankomen. Hij scheldt me uit met allerlei nare ziektes. In plaats van ‘sorry’ tegen hem te zeggen, reageer ik impulsief op zijn scheldkanonnade: “Ach joh, donder op, debiel!” roep ik boos, terwijl hij wegscheurt. Elke kijkt hem beduusd na. Eenmaal veilig op de stoep kijk ik in het lachende gezicht van mijn buurman. Heb ik weer. Sta ik als een tokkie met een blèrende peuter onder mijn arm midden op straat te schelden, kom ik uitgerekend deze buurman – de vader van ons oppasmeisje én een rechtschapen politieagent – tegen.

Excuus-truus
Ik schaam me dood. Met draaiende ogen mompel ik iets van: “Ja ja, zo’n dag”, en sta op het punt om de hele situatie uitvoering uit te leggen. (“Nou kijk, ik had gisteren een feestje en toen werd mijn jongste dus helaas heel vroeg wakker… ja, normaal scheld ik niemand uit, zeker niet met die kleintjes erbij zeg. En ik let ook echt wel goed op hoor, met zo’n drukke weg. Maar ik zag die scooter dus gewoon echt niet aankomen, stom he?”) Ik besluit het niet te doen. Ik leg het een ander keertje wel eens uit. Of niet. Ik loop door en zeg een paar keer achter elkaar tegen mezelf: relax joh, maak je niet druk. Kan gebeuren. Soms heb je van die dagen…

Foto: © Nike Martens