Liesbeth Rasker: ‘Toen hij mijn wollen trui uitdeed, trok hij zo de huid van mijn arm mee’

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Terwijl het jonge kassameisje mijn boodschappen aan het scannen was, zag ik haar ogen afdwalen naar mijn linkerbovenarm. Ik droeg een tanktop en dan gebeurt dat wel vaker, want op die arm zitten redelijk goed zichtbare brandwonden. Een overblijfsel van een stom huis-tuin-en-keukenongeluk toen ik een jaar of zes was. Ik was rondjes om de eettafel aan het rennen, mijn vader stond te koken. Hij zette twee koppen kokende melk op de magnetron, en precies op het moment dat ik voorbijrende, schoof het dienblad dat daar al tien jaar stond naar voren, waardoor de koppen ervanaf gleden. Vol over mij heen. Niemand kon er wat aan doen, het was domme pech.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Ik vind mezelf toch zo’n feminist, waarom doe ik hier aan mee?’

Mijn vader, die zich hier nog altijd onnodig schuldig over voelt, vertelde mij later dat hij totaal in paniek direct mijn hoofd onder de kraan afspoelde, maar toen hij een minuut later mijn wollen trui uitdeed, hij zo de huid van mijn arm meetrok. Een geluk bij een ongeluk was dat we vlak bij het ziekenhuis woonden, en dat dit alles niet lang na de jaarwisseling plaatsvond. Amsterdamse ziekenhuizen hebben dan extra donorhuid liggen voor vuurwerkslachtoffers, waardoor mij een lang en pijnlijk genezingsproces werd bespaard. Ik kreeg donorhuid op mijn arm en dan doet de natuur in principe de rest. Desondanks zie je me op foto’s uit die tijd weinig lachen, want het zal vast niet de leukste periode zijn geweest. Goddank kan ik me er weinig van herinneren. Wat ik me wel nog levendig voor de geest kan halen, zijn de reacties die een verbrande arm bij anderen oproept. Zeker in het begin waren het felrode plekken die flink de aandacht trokken. Ik weet nog hoe onverbiddelijk kinderen op het schoolplein konden zijn wanneer ze met vieze gezichten dingen riepen als ‘Ieeeuuwww, wat heb jij nou weer op je arm?’ Wat ervoor zorgde dat ik tijdens mijn onzekere puberjaren bij voorkeur geen kleding met korte mouwen droeg, hoe warm het ook was.

Maar naarmate de jaren voorbij gingen, werden de plekken steeds minder rood en vielen ze steeds minder op. Maar vooral: gingen ze steeds meer bij me horen.

Was ik eerst nog wel geïnteresseerd in cosmetische oplossingen om ze weg te laten halen, op een gegeven moment waren het gewoon mijn vlekken en die hoefden niet weg. Zoals ik moedervlekken heb, heb ik ook mijn brandwonden. Ik weet niet beter dan dat ze er zitten, het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden en ik vind het niet erg als ze ernaar kijken. Zoals het kassameisje. Toen ze doorhad dat ik haar ernaar zag kijken, zei ze: ‘Jeetje dat zijn brandwonden, hè? Ik vind ze er echt heel cool uitzien. Een soort tatoeages! Superstoer.’ Ik kan niet ontkennen dat dat toch wel leuk was om te horen.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 30-2020. Deze editie ligt t/m 28 juli in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«