Liesbeth Rasker: ‘Mijn overbuurvrouwen met suikerspinkapsel houden alles in de smiezen’

liesbeth rasker

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Aangezien ik al dertien jaar in hetzelfde huis woon, zul je denken dat ik inmiddels al mijn buren ken en bij tien huizen kan aankloppen voor een spreekwoordelijk kopje suiker. Maar niets is minder waar, op mijn directe onderburen na ken ik nagenoeg niemand. Het helpt niet mee dat ik in een deel van de stad woon dat (in ieder geval pre-corona) hoofdzakelijk wordt bevolkt door rolkoffers, klaplamme toeristen en luidruchtige vrijgezellenfeestjes. De horeca gaat niet verder dan pizza- & grillrestaurants, de cafés schenken aangelengd bier uit vieze leidingen, en de mensen aan de tafeltjes zijn vaak zo stoned dat ze maar nauwelijks weten in welk land ze überhaupt zijn. Van een gezellig ouderwets buurtgevoel is simpelweg geen sprake. Heel anders gaat het eraan toe in de Jordaan, de plek waar mijn kantoor zit. In de zes maanden dat ik daar nu werk, heb ik al meer buurtvrienden gemaakt dan in de afgelopen dertien jaar in mijn eigen buurt. Zo is daar André, die elke keer met plat Amsterdams accent ‘hoooooi schaaaaat’ roept als ik langsfiets. Dan heb ik nog twee vrolijke overbuurvrouwen met suikerspinkapsel die de hele dag met een peuk uit het raam hangen en zo alles in de smiezen houden, en in de supermarkt ken ik bijna alle dames achter de kassa.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Toen hij mijn wollen trui uitdeed, trok hij zo de huid van mijn arm mee’

Ook al is het hemelsbreed maar zo’n achthonderd meter van mijn huis vandaan, in de Jordaan loop je opeens in een dorp waar iedereen elkaar kent. Nu is het zo dat ik ook nooit echt een poging heb gedaan in mijn eigen buurt dat buurtgevoel op te zoeken. Zelfs het buurtkrantje lees ik niet. Maar op de voorkant staat elke keer dat er op de laatste maandag van de maand een buurtborrel wordt georganiseerd in een groot café om de hoek, dus na al mijn gemopper over het gebrek aan buurtvrienden trommelde ik een vriendin op om daar samen heen te gaan. En zo geschiedde dat ik aan tafel zat met negen zeventigplussers, die me met grote verbaasde ogen gadesloegen. Want de enigen die naar die buurtborrel komen zijn zij, inmiddels allemaal met elkaar bevriend. ‘Er komen al jaren geen nieuwe mensen meer, laat staan zulke jonge vrouwen als jullie!’ zei iemand opgewekt. We ontmoetten een vrouw die hier al vijftig jaar woont en de buurt met eigen ogen zag veranderen, het Brabantse stel dat hier jaren geleden kwam wonen en via deze borrels de stad leerde kennen, de weduwnaar die eerst altijd met zijn vrouw kwam, en natuurlijk de schrijvers van het krantje. Na drie glazen wijn gaan zij eten en wij naar huis, maar we beloven nog een keer terug te komen. Of dit mijn beste vrienden gaan worden, is de vraag, maar het is goed te weten dat ik hier over vijftig jaar in elk geval prima terecht kan.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 31-2020. Deze editie ligt t/m 4 augustus in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«