Liesbeth Rasker: ‘Steeds vaker vraag ik me af waarom ik nog soms vlees en regelmatig zuivel eet’

liesbeth rasker

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Een van de favoriete verhalen van mijn vader is het verhaal over hoe ik ooit een bomvol Carré aan het lachen kreeg. Als hij toehoorders voor zich heeft die het verhaal nog niet kennen, wrijft hij in zijn handen en begint. Hoe we samen bij het Wereldkerstcircus waren. Ik op zijn schoot, zes jaar oud.

Dat de lichten uitgingen, het geroezemoes verstomde, een felle lamp op de dieprode doeken bij de ingang van de piste werd gericht, en dat daar een olifant tevoorschijn kwam. ‘En toen, in dat doodstille Carré, hoorde je één klein kinderstemmetje keihard Olifantje in het bos zingen. Dat was Lies, zo meesterlijk!’

Dat circus was lange tijd een jaarlijkse gezinstraditie, pas een paar jaar geleden zijn we ermee gestopt. Mijn moeder ging nooit mee. Toen we het nog normaal vonden dat leeuwen, tijgers, zeehonden en olifanten wekenlang in kleine kooien midden in de stad verbleven, om elke avond kunstjes te doen in een zaal vol klappende mensen, had zij al door dat dat helemaal niet normaal was.

Dierenmishandeling vond ze het, ze wilde er niets van weten. Ze at ook geen vlees, was vanwege het dierenleed al sinds haar twintigste vegetariër.

‘De laatste tijd dwing ik mezelf te kijken naar afschuwelijke filmpjes van dierenactivisten.’

De liefde voor dieren heb ik van haar. Als kind droomde ik ervan een eigen geit te hebben, ik had er een speciaal geitenschrift voor aangelegd met argumenten waarom een geit absoluut noodzakelijk was. Nog altijd kan ik niet langs een weiland lopen zonder de koeien, schapen of varkens een fijne dag te wensen, en mijn eigen kat behandel ik alsof ik haar zelf heb gebaard.

Steeds vaker vraag ik me dan ook af waarom ik wel nog soms vlees en regelmatig zuivel eet. Terwijl ik fel van leer kan trekken als het om dierproeven, stierenvechten, olifantentoerisme of ander zichtbaar dierenleed gaat.

Het is zo makkelijk om je ogen te sluiten voor wat er aan dat plakje serranoham of broodje kroket vooraf is gegaan. Om alleen te denken aan de gezelligheid van een borrelplank vol kaas en vlees. Terwijl er goed beschouwd weinig gezelligs aan is.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Er waren avonden dat ik niet naar een feestje ging omdat al m’n kleren ‘dik’ stonden’

De laatste tijd dwing ik mezelf te kijken naar afschuwelijke filmpjes van dierenactivisten. Die met verborgen camera’s Nederlandse slachthuizen in gaan, waar martelpraktijken aan de orde van de dag zijn. Of video’s van veewagens waar varkens boven op elkaar krijsend en in doodsangst richting hun einde worden vervoerd.

In 2017 werden er in Nederland 1,8 miljoen dieren gedood. Per dag. De manier waarop gaan we ooit net zo barbaars vinden als olifanten met een circusbal.

Dus als ik nu de zin in een kroket voel opborrelen, denk ik terug aan die video’s. Aan zachte varkenssnuitjes door de ijzeren tralies van de veewagen, wanhopig op zoek naar zuurstof. Dan is een vegetarisch leven opeens helemaal niet moeilijk meer. Zo zie je maar, moeders hebben altijd gelijk.

Deze column van Liesbeth Rasker komt uit VIVA-2020-38. Dit nummer ligt t/m 22 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Beeld: Tom ten Seldam