Liesbeth Rasker: ‘Als ik wittewijn-dronken ben, sta ik niet voor mezelf in’

liesbeth rasker

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Laatst had ik een bijzonder jubileum. Want op 12 juli was het precies één jaar geleden dat ik voor eens en altijd besloot: en nu is het klaar, vanaf nu drink ik nooit meer witte wijn. Of technisch gezien was het de ochtend van 13 juli. Er was een etentje geweest en ik had me flink op de chardonnay gestort, ondanks dat ik toen ook al wist dat ik daar eigenlijk helemaal niet mee om kan gaan. Specifiek witte wijn zorgt er sinds een paar jaar voor dat ik een ontzettend oncontroleerbare, overmoedige, dikwijls labiele dronk krijg, met de volgende dag veel zwarte gaten. Zo ook toen. Na het diner rolde ik met een vriendin nog door naar een inmiddels al gesloten restaurant van een vriend waar de nazit in volle gang was, wij mochten aanschuiven, en nog meer flessen stonden klaar. Ik herinner me dat er een man aan tafel zat die in alles leek op de supersterren waar je vroeger posters van boven je bed had hangen. Zo’n man waarop God extra lang zijn best heeft gedaan door hem én goed haar én een kaaklijn én zwoele bruine ogen én een Australisch accent te geven. Hij was de vriend van de restauranteigenaar en hier voor een week op vakantie. Iedereen was op slag verliefd.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Het zal wel aan mij liggen, maar hoe moet dit mij precies upliften?’

Dan wordt het beeld zwart, en de volgende scène die ik me voor de geest kan halen, is een groot bed dat niet mijn bed is met lakens die verraden dat het een hotelbed moet zijn. In eerste instantie heb ik absoluut geen idee waar ik ben, totdat ik me omdraai en daar de beeldschone Australiër zie liggen. Wat er tussen het restaurant en dit bed in is gebeurd, weet ik niet meer. Hebben we seks gehad? Was het gênant? Heb ik me misdragen? Het kán niet charmant zijn geweest. Als ik wittewijndronken ben, sta ik niet voor mezelf in. Het enige wat ik weet, is dat ik zo snel mogelijk weg moet van deze crime scene. Dus ik strompel uit bed, constateer dat ik dusdanig niet was voorbereid op een nachtelijk avontuur dat ik een grote ToyStory-onderbroek draag (die heeft hij dus gezíen). Ik kan mijn shirt nergens vinden, besluit het te laten en alleen m’n trui aan te doen, en sluip weg van de kamer.

Eenmaal buiten geeft het felle ochtendlicht me een genadeloze klap in het gezicht. Ik weet niet waar m’n fiets is, heb twee procent batterij, stort mezelf in een taxi naar huis en besluit: ik wil dit niet meer. En zo geschiedde. Soms drink ik nog een glas wit voor de smaak, maar nooit meer dan eentje. Met behulp van m’n vriendin heb ik een groot deel van de bewuste avond kunnen reconstrueren en het was inderdaad niet chic, maar dat ik daar wakker werd verbaasde haar want zij heeft mij in een taxi naar huis gezet. Wat er precies is gebeurd is me nooit helemaal duidelijk geworden. De Australiër vertrok naar huis en ik durf het hem niet te vragen. Als een ware struisvogel stak ik mijn kop in het zand want als je maar lang genoeg doet alsof iets niet is gebeurd, dan is dat ook zo. Wat ik wel weet is dat dát me in ieder geval niet meer zal overkomen, en dat is eigenlijk alles wat ik hoef te weten.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 33-2020. Deze editie ligt t/m 18 augustus in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«