Liesbeth Rasker: ‘Veertig is niet bijna bejaard, zoals ik vroeger altijd dacht’

liesbeth rasker

Schrijver en presentator Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Voor me zit een knappe man van 42. De zon schijnt kort tussen de regen door, het zal een van de laatste dagen zijn dat we nog naar een café mogen. We kennen elkaar van een datingapp. Hij is aardig, we drinken een biertje, maar weten allebei dat we elkaar hierna niet weer zullen zien. Als ik na afloop naar huis loop, moet ik de hele wandeling aan haar denken. Misschien omdat hij zo levendig kon vertellen over zijn net gestarte bedrijf. Of omdat hij een wereldreis plant voor als dat weer kan. Maar vooral omdat hij bijna net zo oud is als zij ooit is geworden, en ik pas sinds kort besef hoe jong dat is. Mijn moeder was 44 toen ze overleed, ik was tien. Op die leeftijd zijn je ouders nog echt je ouders. Pas toen ik uit huis ging, leerde ik mijn vader kennen als mens en kregen we een relatie waarbij ik vaak degene ben die hém opdraagt voorzichtig te fietsen en me te appen als hij veilig thuis is. Maar als je tien bent, zijn je ouders vooral mensen van wie je dingen moet, omdat zij zeggen dat het moet. Mensen die elke ochtend boterhammen smeren voor school, elke avond zeggen dat je naar bed moet. En ze zijn oud. Stókoud. Ze hebben saaie gesprekken over boeken en politiek, en als er vrienden komen eten, zitten ze de hele avond aan tafel te praten. Doodsaai.

‘Mijn zusje heeft laatst uitgerekend wanneer wij ouder zullen zijn dan zij werd’

Maar hoe ouder ik zelf word, hoe dichterbij die 44 komt. Ik deel mijn kantoor met iemand van die leeftijd. Mijn ex werd onlangs veertig. Op datingapps trekken de begin veertigers me meer dan de eind twintigers. En steeds weer als ik iemand in die leeftijdsbox tegenkom, besef ik: dit zijn mensen die nog heel veel te leven hebben. Veertig is niet bijna bejaard, zoals ik vroeger altijd dacht. Opeens voel ik hoe ze zich moest voelen toen haar einde werd aangekondigd terwijl ze pas net was begonnen. Hoe ze in ziekenhuizen lag, pijn van operaties, ziek van de chemo. Dat ze elke ochtend wakker werd met de wetenschap: ik ga binnenkort dood. Hoe ze afscheid moest nemen van hartsvriendinnen met wie ze net zo aan tafel zat als ik nu met mijn vriendinnen. Dat ze de laatste avond van haar leven mijn zusje en mij een kus gaf en ‘slaap lekker’ zei, terwijl ze wist dat een paar uur later de dokter kwam en haar slapen nooit meer slapen werd.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Voor influencers met minder persoonlijkheid is het een hele kluif een ‘echte’ foto te maken’

Mijn zusje heeft laatst uitgerekend wanneer wij ouder zullen zijn dan zij werd. Voor mij is dat op 28 september 2032, voor haar 27 juni 2037. Als het ons wel is gegund zal dat zeker gevierd worden. Elk jaar weer. Tot het bejaardentehuis aan toe.

Deze column van Liesbeth Rasker komt uit VIVA-2020-47. Dit nummer ligt t/m 24 november in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Beeld: Tom ten Seldam