Liesbeth Rasker: ‘Elke date was een nieuw avontuur’

liesbeth rasker

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (31) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft in VIVA over wat ze meemaakt.

Over niet al te lange tijd is het precies een jaar geleden dat ik voor het laatst met een man in bed lag. Niet omdat ik niemand ervan wist te overtuigen met me mee naar huis te gaan, maar omdat ik nog nooit in mijn leven zo weinig behoefte heb gehad aan amoureus contact. ‘Je moet hier echt wat aan doen hoor,’ zeggen sommige vrienden tegen me, ‘dit is niets voor jou.’ En dat klopt wel, want er was een tijd dat ik daten heel leuk vond. Biertje hier, wat eten daar, elke date was een nieuw avontuur. Een avontuur dat vaak in mijn of zijn bed (of halverwege de trap) eindigde, want een mens heeft ook behoeftes, eerste date of niet.

Maar die behoeftes lijken dus opgedroogd. Ik doe als vrijgezelle dertiger wier meest intieme relatie de relatie met haar kat is niet eens meer mijn best om te ontkennen dat ik een wandelend cliché ben. Het onhandige aan deze status is echter dat-ie heel moeilijk is om te doorbreken. Niet dat ik het wíl doorbreken, maar het zou wel goed voor me zijn. Ik vergelijk het met het beginnen met sporten: niets staat me meer tegen dan in zo’n strakke legging in een zaal met vreemden veertig keer dezelfde oefening te moeten doen. Maar ik weet dat als ik dat eenmaal doe, het me een goed gevoel geeft. Hetzelfde geldt voor daten. Ik moet er niet aan dénken om te doen alsof een wildvreemde man me interesseert, om mijn tijd te moeten aanpassen aan de agenda van een ander en om te moeten dealen met de eigenaardigheden van een mannenlijf. Maar ik weet van vroeger wel nog dat daten en een nieuw iemand leren kennen ook zo z’n charme heeft. Maar wanneer je eenmaal met elke vezel van je lijf laat merken dat je voorál geen zin hebt in mannelijke aandacht, dan ga je die ook niet krijgen.

lees ook
Liesbeth Rasker: ‘In de vrouwen-wc is iedereen elkaars vriendin’

Heel anders gaat het er aan toe in de wereld van mijn nieuwe favoriete Netflix-serie Love is blind. In deze reality-datingshow gaat een groep Amerikaanse twintigers vol haast ziekelijke

bindingsdrift op zoek naar true love. Dat doen ze door te daten in pods, waarbij ze elkaar alleen kunnen horen, en niet zien. Als ze een emotionele connectie hebben, vragen ze elkaar ten huwelijk, en pas daarna mogen ze elkaar zien om te kijken of er ook een fysieke connectie is. Helemaal interessant zou het zijn als er dan mensen met grote lichamelijke gebreken de pods uit zouden komen, maar alle deelnemers zijn bloedmooi. Hoe dan ook: wat volgt is een idiote achtbaan waarin mensen elkaar na vier uur ‘daten’ de liefde verklaren, elkaar ten huwelijk vragen en veel overdreven hyper Amerikaans gebazel. ‘It’s like God made him especially for me,’ zegt Lauren over haar match Cameron. Vol afgrijzen en leedvermaak heb ik alle tien afleveringen in recordtempo bekeken, want bij gebrek aan een eigen liefdesleven heb ik daar dus alle tijd voor. Als ik iets zeker weet, is het dat ik nooit zal zijn zoals zij. Maar tegelijkertijd zou het ook wel tragisch zijn als ik daadwerkelijk dat jaar ga volmaken. Onlangs kocht ik met frisse tegenzin een tienrittenkaart voor de sportschool bij mij om de hoek, misschien moet ik een vergelijkbaar abonnementje voor mijn liefdesleven gaan opzoeken.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 15-2020. Deze editie ligt t/m 14 april in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«