Liesbeth Rasker: ‘Nu ik voortplantende vrienden heb, begint mijn onkunde met kinderen me steeds meer in de weg te zitten’

liesbeth rasker

Schrijver en presentator Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt. 

‘Hier, pas jij even op Sjors, dan ga ik Tessa verschonen,’ zei mijn vriendin alsof dat een opdracht was waar ik iets mee kon. Het was de dag dat ze voor drie maanden naar haar ouders in Zwitserland gingen, dus er hing een tintelende onrust in huis. Sjors is vier, een ontzettend druk ventje met een aandachtspanne van 0,01 seconde dat graag met dingen gooit. Hij kijkt mij aan en weet direct dat ik een makkelijk slachtoffer ben. In een poging er toch nog iets van te maken, begin ik een gesprek over Cars waar tientallen boekjes van door het huis slingeren. Maar net als ik weet dat Bliksem zijn favoriet is, wordt het boekje met een ferme zwiep door de kamer gegooid en begint hij gedwee de zorgvuldig ingepakte koffers weer uit te pakken. Wat ik ook zeg, hij is niet van plan ermee te stoppen. Als afleidingsmanoeuvre herinner ik me zijn geliefde treinset, misschien wil hij die laten zien? Bingo, hij pakt vastberaden mijn hand, maar eenmaal in de speelkamer blijkt de boel opgestapeld en wel in dozen in de kast te staan.

‘Ik weet simpelweg niet wat ik met ze aan moet’

Uit Sjors ontstijgt vervolgens een geluid dat alleen David Attenborough charmant zou kunnen navertellen. Er wordt gegild, gestampvoet, woedend aan de dozen getrokken. Want, zo werd mij later verteld, ze hadden het stiekem ingepakt en Sjors verteld dat de trein op vakantie ging, en dat ie daarom niet mee naar Zwitserland kon. Nu ik voortplantende vrienden heb, begint mijn onkunde met kinderen me steeds meer in de weg te zitten. Kinderen voelen namelijk haarfijn aan dat ik ze intimiderend vind. Het is niet dat ik ze stom vind en geen interesse in ze heb, maar ik weet simpelweg niet wat ik met ze aan moet, hoe ik tegen ze praat.

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘Veertig is niet bijna bejaard, zoals ik vroeger altijd dacht’

In een poging hier toch beter in te worden, zocht ik – na het desastreuze trein- en kofferincident – online naar handvatten. Zo las ik dat ik oogcontact moet maken, om zo hun aandacht vast te houden. Dat ik geen grote vragen als ‘hoe was het op school’ moet stellen, maar concretere vragen. Welke juf was er vandaag? Met wie heb je gespeeld? Dat ik moet doorvragen. Wát hebben ze gespeeld? Wie heeft er gewonnen? Dat ik me moet verplaatsen naar hun denkniveau, en dat ik dingen over mijn eigen dag moet vertellen. ‘Ik heb een poes gezien op straat, hou jij ook van poezen?’ Ik voorzie nu al dat het Sjors helemaal geen reet interesseert welke poezen ik heb gezien, maar ik heb nog drie maanden om te oefenen. Overigens ging die trein uiteindelijk toch gewoon mee naar Zwitserland.

Deze column van Liesbeth Rasker komt uit VIVA-2020-48. Dit nummer ligt t/m 1 december in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Beeld: Tom ten Seldam