Liesbeth Rasker: ‘Opeens zei ik dingen als: jeetje, wat staat jullie tuin schitterend in bloei’

liesbeth rasker

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (32) woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft elke week in VIVA over wat ze meemaakt.

Als deze VIVA in de winkel ligt, ben ik net 32 geworden en met die leeftijd ben ik met recht een dertiger te noemen. Het leven van een dertiger is, goddank, heel anders dan ik dacht dat het zou zijn. Want als tiener en twintiger zag ik dertigers als degelijke, volwassen mensen die hun leven op de rit hebben. Ze weten hoe hun zorgverzekering werkt, kunnen uitleggen hoe het zit met de hypotheek-renteaftrek, hebben een huis met tuin buiten de stad, zelden een kater, zijn getrouwd en gaan elke dag met de auto naar hun werk. Ze hebben het, kortom, onder controle. Nu wil ik zeker niet doen alsof het bij mij één grote chaos is, maar ik snap weinig van hypotheekrenteaftrek, heb geen idee hoe het zit met verzekeringen, ben meer vrijgezel dan ooit, word geregeld met een bonkend hoofd wakker en heb pas sinds een klein jaar mijn financiën op orde (al bouw ik nog steeds geen pensioen op).

Lees ook: Liesbeth Rasker: ‘De psych stelde me een vraag die me nu al een week bezighoudt’

Maar goed, er is ook wel degelijk een hoop veranderd. De tijd dat ik dolgelukkig werd van een druk festival of grote dampende club ligt bijvoorbeeld ver achter me. Bovendien moet je dan ook vaak eerst eindeloos in de rij staan en dat kan ik allemaal niet meer opbrengen, en daarnaast ben ik iemand geworden die al snel klaagt dat de muziek hier wel echt heel hard staat. Vorige week was ik op bezoek bij vrienden die in Blaricum wonen. Moest ik tot een paar jaar geleden gruwelen bij de gedachte ooit de stad te verlaten, nu zei ik opeens dingen als ‘jeetje, wat staat jullie tuin schitterend in bloei’ en merkte ik dat ik ook zin had om te wonen in een huis met schitterend bloeiende tuin. Het is een van de irritantste dingen aan dertig worden: dat alles waar je je vroeger tegen verzette, en waarvan mensen zeiden dat dat ‘vanzelf wel zou komen’, nu ook echt vanzelf aan het komen is. Maakte ik als puber onder luid protest welgeteld een keer per jaar mijn kamer schoon, tegenwoordig word ik onrustig als mijn huis een rommel is en ga ik meerdere keren per week de troep te lijf. Ik vind de afwas doen met een nieuw schuursponsje een goddelijke ervaring en sta sowieso vaker en langer dan ik wil toegeven te turen naar het schap met schoonmaakspullen om te kijken of er nog een leuke nieuwe spray te vinden is. Dat doe je niet als twintiger, daar moet je echt dertig voor worden. Van dat geijkte beeld dat ik vroeger had blijft niet veel over, want ook als dertiger rommel je vaak genoeg wat aan, maar het leven is wel degelijk een stuk rustiger en overzichtelijker. En eigenlijk is dat lang zo gek nog niet. Wat zeg ik, ik heb het nu meer naar mijn zin dan toen ik 21 was. Bovendien kun je ouder worden maar beter omarmen. Want, zo zei Katja Schuurman ooit, het is ouder worden of doodgaan. Op naar de 33 dus.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 28-2020. Deze editie ligt t/m 14 juli in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«