Liesbeth Rasker: ‘Het kwaad was geschied, mijn kaars had een krater’

Journalist en reisblogger Liesbeth Rasker (31), woont in Amsterdam met poes Disco en schrijft in VIVA over wat ze meemaakt.

Van een opdrachtgever kreeg ik als verlaat kerstcadeau een geurkaars. Niet zomaar een geurkaars, maar een Diptyque-kaars, de Rolls-Royce onder de geurkaarsen. Die kost maar liefst vijftig euro, wat precies de reden is dat ik in alle 31 jaar dat ik op aard ben nog nooit zelf een Diptyque-kaars heb gekocht, want ik ben gekke Henkie niet. Alsof een geurkaars van een tientje niet net zo lekker kan ruiken. Hoe dan ook, het duurde even voordat ik ’m voor het eerst aanstak, want wat is een geschikt moment om vijftig euro in de hens te steken? Maar toen het moment eenmaal daar was, viel het niet te ontkennen: het was echt heel, héél lekker. Het rook naar een schitterend penthouse in New York City waar je enkel crèmekleurige kasjmieren truien van The Row draagt. Het rook, kortom, naar een schitterend, zorgeloos en boven alles rijk bestaan. Een paar heerlijk ruikende dagen volgden en toen appte ik mijn beste vriendin, die érg van de Diptyque-achtige kaarsen is, dat ik zo gelukkig was met deze verrijking van mijn leven. ‘Ja het is geweldig, maar kijk uit. Er gelden regels met mooie kaarsen,’ stuurde ze terug. En toen begon het.‘Je moet ’m minstens een uur laten branden, totdat de hele bovenkant vloeibaar is, anders kunnen er kraters ontstaan.’ Vertwijfeld kijk ik naar mijn kaars, die ik al dagen steeds eventjes aanstak, maar zeker niet te lang, want dat leek me zonde. Mijn vriendin was ondertussen druk bezig met in notities tekeningen maken van de situatie die ik te allen tijde moest vermijden, compleet met kruizen en krullen bij verkeerde en goede scenario’s.
‘Ik zal je laten zien wat de consequenties zijn,’ appte ze, en voordat ik daartegen kon protesteren, stroomde ons gesprek vol met foto’s van half uitgebrande kaarsen. Maar het kwaad was al geschied, mijn kaars had duidelijk een beginnende krater. In capslock schreeuwde ze dat dit dus HEEL ZONDE van de kaars was, en dat ik ‘dit soort kaarsen ook niet zomaar even kan aansteken’. ‘HOE MOET IK DAT NOU WETEN, HET IS TOCH GEWOON EEN KAARS,’ capslockte ik terug.

Ze stuurde me linkjes naar artikelen met titels als 7 ways we’re all burning candles wrong en ik las dat mijn fout een klassieke beginnersfout was. Verder leerde ik dat je ’m ook weer niet té lang mag laten branden omdat de lont dan verdrinkt, dat je die lont regelmatig moet bijknippen en dat er ook voor het uitblazen tal van protocollen zijn. Mijn beginnende krater kan ik oplossen door de kaars vijf minuten op 175 graden in de oven te doen (het staat er echt) of door met een föhn de wax zo gelijk mogelijk te verdelen. Even overweeg ik om met de föhn in de weer te gaan, totdat ik goddank weer bij zinnen kom en gewoon naar bed ga. Ik weet heel zeker dat mensen met kasjmieren The Row-truien nog nooit hun kaarsen hebben geföhnd, en dat ze eventuele kaarsproblemen oplossen door simpelweg een nieuwe te kopen, dus dat ga ik ook doen. Maar dan wel gewoon een van een tientje. Ik ben gekke Henkie niet.

Foto: Lin Woldendorp

Liesbeths column is afkomstig uit VIVA 11-2020. Deze editie ligt t/m 18 maart in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«