Little Black Dress

Little black Dress

Kerst is net als een little black dress; eigenlijk ieder jaar hetzelfde, maar daardoor niet minder mooi.

Op eerste kerstdag ga ik naar mijn moeder om elke versie van A Christmas Carol te kijken. Op TV. Geen DVD. Anders telt het niet. We beginnen bij Kermit als Bob Cratchit en eindigen bij het moderne sprookje Scrooged. Mijn vader staat in de keuken en laat ons letterlijk om het half uur wat proeven, waardoor we als het eten daadwerkelijk op tafel staat eigenlijk al geen honger meer hebben. We eten ’s avonds alles waarvan we precies weten hoe lekker het is. Voor mij de Eton Mess.

Serene oorlog in de Bijenkorf
De repetitieve aard van Kerst maakt de dagen bij mij zo geliefd. Het geeft een rust en kalmte. Zelfs de stress die er aan vooraf gaat is een terugkerende stabiele factor, waarbij je in het oorlogsgebied van de Bijenkorf toch een licht sereen gevoel krijgt. ‘Oja, het is weer Kerst.’ Je weet precies wat Kerst brengt. Overdag geen reet uitvoeren; je kunt niet eens iets doen, al zou je het willen. Je volstouwen met alles waarover je de rest van het jaar als een fanatieke Jehova predikt dat het de duivel is. Het is immers Kerst. Een tijdelijke passie voor bordspellen. De eerste Top 2000-nummers waarvan iedereen zich afvraagt waarom ze in de lijst staan. En ’s avonds allemaal giebelen onder invloed van wijn en Baileys- koffie.

Little black dress
Een little black dress is net als kerst; eigenlijk ieder jaar hetzelfde, maar daardoor niet minder mooi. En daarom houd ik – nu televisieland A Christmas Carol van eerste kerstdag verbannen heeft – de traditie van het kleine zwarte jurkje in stand. Met een puntschoentje. Met grote, grijze oorbellen. Of een statement ketting met wat kleur. Dan is het pas echt 2013. En dat maakt het jurkje zo anders dan voorgaande jaren. Echt.