Dat magische moment

Als tiener stelde ik mezelf ten doel om later-als-ik-groot-was ‘groots en meeslepend’ te leven. Een interessant leven vol passie en hartstocht; dat leek me wel wat.

Ik heb na mijn – nogal brave – studententijd wel wat serieuze pogingen gedaan.  Ik ging op een woonboot in Amsterdam wonen, bezocht woeste feesten, kreeg een internationale vriendenkring en beleefde geweldige avonturen in verre landen. Ik reisde zwanger van mijn eerste kind naar Argentinië, om daar de tangosalons in de buitenwijken van Buenos Aires te bezoeken. Het was magisch.

Gehaktballen en snotneuzen
En toen kreeg ik twee kinderen en was het afgelopen en werd ‘groots & meeslepend’ ineens ‘klein & huiselijk’. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk, er is nu eenmaal weinig te beleven tussen het braden van de gehaktballen en het afvegen van snotneuzen door. Als je nachten van vier uur maakt heb je trouwens helemaal geen energie voor passioneel leven. Niks mis mee, er is met kinderen gelukkig heel veel te genieten van klein geluk en mooie momenten. Dat zou ik voor geen goud willen missen. Maar er bleef een verlangen knagen.

Hartstochtelijk leven
Sinds mijn fulltime moederschap is veranderd in een parttime co-ouderschap, probeer ik de draad van het hartstochtelijk leven weer op te pakken. Er zijn nu genoeg dagen waarop de gehaktballen niet om zes uur op tafel hoeven staan. De ene week zit ik gezellig op de bank Pinkeltje voor te lezen, de andere week  pak ik samen met mijn vriend iedere gelegenheid aan om naar Damascus of Istanbul te reizen of interessante mensen te leren kennen.

Passie op het Leidseplein
Grappig genoeg vond ik laatst onversneden drama, passie en hartstocht gewoon op het Leidseplein. Daar werd ik in een klein achterafzaaltje door een tangoleraar dansvloer op getrokken. Wang tegen wang, mijn borst tegen de zijne, me bewust van zijn ademhaling. Op zijn advies sloot ik mijn ogen en liet me meevoeren met de muziek, het ritme, ik volgde hem in volledige overgave.

Magisch moment
Na twee dansen (of waren het er drie?) kwam ik weer bij, dronken van geluk. Er schoot me een woord te binnen dat ik van flamenco ken: duende. Dat is het moment waarop een danser zo volledig opgaat in de muziek dat er iets ontstaat dat meer is dan de dans op zichzelf, een soort magisch moment. Thuis kroop ik dolgelukkig tegen mijn vriend aan, en aaide hem over zijn ‘duende’ tattoo. Ik geloof niet in toeval, wat mij betreft is de cirkel rond.