Mannen, moppen en slechte minnaars

geen

Mannen en moppen: een dodelijke combinatie. Dodelijk voor de algehele sfeer, je inwendige gemoedstoestand en de chemie, mocht die ooit hebben bestaan.

Ken je een mop? Ik wel!
Het gebeurt meestal op een verjaardagsfeest waar je alleen de jarige kent. Eindelijk raak je in gesprek – met een man, want vrouwen groeperen zich tijdens dergelijke gelegenheden in hermetisch afgesloten kuddes van maximaal vier personen – en eindelijk denk je dat je je problematische positie als loner hebt overwonnen, totdat hij zegt…

‘Ken je een mop? Ik wel!’ De man begint een lang verhaal op te dreunen, waarin een dom blondje de hoofdrol speelt. Jij bent blond.

Vast stramien
Nooit wordt er geïmproviseerd, of is er sprake van enige spontaniteit: moppen worden verteld in een vast stramien, alsof het wiskundige formules zijn.

Mannen stampen moppen letterlijk in hun hoofd, zoals ze de nutteloze feitenkennis in hun hoofd stampen, waarmee ze elke maand de kennisquiz in hun stamkroeg winnen.

Stilte voor de clou
Het meest dodelijke aan moppenmannen is de stilte die ze laten vallen vlak vóór de clou. Om een voorbeeld te geven:

“Er komt een blondje bij de dokter, ze zegt: ‘dokter, als ik op mijn buik druk, doet het pijn, als ik op mijn knie druk, doet het pijn en als ik op mijn been druk doet het ook pijn. Overal waar ik druk doet het pijn.’ – ‘Ahh, zegt de dokter … ( stilte)… Uw vinger is gebroken!’”

Verwachtingsvolle blik
In die stilte kijkt de moppenman je met zo’n gespannen en verwachtingsvolle blik aan, dat je het sneu voor hem begint te vinden, wanneer je straks (over één milliseconde) niét om zijn grap zou moeten lachen.

Moppen draaien immers om de clou, om dat laatste moment dat de stem van de moppenman wegsterft en hij als beloning een tegengeluid te horen krijgt: het lachsalvo van zijn publiek.

Neplach = Neporgasme
En dus lach ik om moppen. Puur om te voldoen aan een sociale conventie en om de moppenman niet teleur te stellen. Ontzettend stom eigenlijk, want door mijn neplach wordt de moppenman gestimuleerd om nóg meer moppen te vertellen, of exact hetzelfde kunstje weer te flikken op een volgende verjaardag.

Mijn neplach is te vergelijken met een neporgasme: het houdt ongewenst gedrag van mannen in stand. Uiteindelijk is het dus alsnog de schuld van ons vrouwen: zowel moppenmannen als slechte minnaars waren allang uitgestorven als vrouwen minder sociaal wenselijk gedrag zouden vertonen.

Beloofd: vanaf NU lach ik niet meer om stomme moppen, moorden jullie dan de slechte minnaars uit?

Foto: The Futuristics