Van binnen ben ik dik

Van binnen ben ik een heel dik meisje. Een meisje met obesitas. Ik hou van eten, overdreven veel zelfs. Hartig eten, maar nog het allermeest van zoet.

Iets simpels als een onverwacht appeltaartje kan mij heel blij doen stuiteren!

Vette hapdag
Laatst ontbeet ik met Merci-chocolade, gevolgd door een plak gesuikerd bananenbrood. Met een vriendinnetje lunchte ik in een pannenkoekenhuis, waar ik poffertjes druipend van de roomboter onder een lawine poedersuiker voorgeschoteld kreeg. Na nog een volle caramel latte haalde ik met mijn liefje een vette hap, met een ijssorbet toe. En dan vertel ik jullie niet eens over de snoepjes. Zomaar een dag. Een ongezonde dag, maar geen uitzonderlijke dag.

Dagelijks naar de supermarkt
Gelukkig houd ik ook van fruit en groente, daar ligt het niet aan. Junkfood is vaak niet eens aan mij besteed. De kritische fijnproever in me zwaait de scepter. Als je maar de wil hebt om veel geld aan eten te besteden, kun je blijkbaar dus ook gewoon heel veel en heel lekker gezond èn ongezond eten naar binnen werken. Groentehapjes, grote koeken van de patisserie en huisgemaakte seasalt chips. Het kan niet op! Het is dat ik geen auto meer heb, waarvan ik de kofferbak vol kan laden. Ik ga dan ook als een echte ‘obese’ dagelijks naar de supermarkt en sjouw wat ik sjouwen kan. Meestal één keer per dag hoor.

Schuldgevoel
Ik kan me meer dan goed inleven in mensen die niet zo lekker in hun vel zitten. Ik snap het. De vicieuze cirkel ook. Natuurlijk erger ik me aan de strenge gezondheidstypetjes die onze hunkering naar eten niet begrijpen, me aankijken als een paria nadat ze een blik in mijn boodschappenwagentje geworpen hebben. Ik snap dat er bij elk soort emotie gegeten kan worden. Eten om iets te vieren, te troosten of als afleiding. Dat eten niet alleen heel lekker, mooi en goed kan zijn, maar dat er ook momenten zijn (na veel gebunker) dat ik er helemaal klaar mee ben. Van binnen ben ik een dik meisje, echt. Vandaar enig schuldgevoel.

Keihard trainen
Van buiten lijkt het namelijk wel mee te vallen. Oké, ik heb mijn curves, maar binnen proporties. Ik geef het sporten daarvan de schuld. Stiekem vind ik het heerlijk om hard te lopen. Door het park, langs het water, over de heuvels. Ik durf het bijna niet op te biechten, maar morgen ga ik op ‘karatevakantie’. Een week lang minimaal vier uur per dag keihard karate trainen. Zo fijn om daartoe in staat te zijn. Schuldgevoel, want mensen met obesitas kunnen dat niet, of niet in die intensiteit. Zij kampen met gezondheidsproblemen, passen misschien niet in dat sexy jurkje, ontvangen ongevraagd commentaar als ze een ijsje eten.

Intense verliefdheid
Al zou ik het graag willen, helpen kan ik niet. Hoe kan ik nou mijn hoofd schudden als er een vorkje in een mokkaschuimgebakje geprikt wordt? Gelukkig bestaan daar professionals voor. Ik ben een slecht voorbeeld. Tegen foodlovers die op hetzelfde spoor als ik zitten, kan ik alleen maar zeggen: kies een sport die echt bij je past en ga daar helemaal voor. Maar de intense verliefdheid op eten die ik ervaar, maakt ons vast geen slechtere mensen dan hen met de wijzende vingertjes. Het dikke meisje in mij is wat dat betreft liever een paria.

© Beeld: Chantal Straver