Blog Lisette: Mensen zijn kut

Uit goedheid voor mijn medemens moet ik maar nooit Marktplaatshandelaar worden. Ik krijg er namelijk een gloeiende grafhekel van aan andere mensen.

Minder spullen, minder stress

Er moesten wat spullen weg, vonden Lau en ik. We zaten midden in een verhuizing (maar daar weet je al genoeg over) en uit ervaring weten we dat de hoeveelheid spullen die je moet verslepen naar je nieuwe huis direct gerelateerd is aan de hoeveelheid stress die het verhuizen oplevert. Hoe minder spullen, hoe minder stress. Dus gooiden we een heleboel dingen op Marktplaats.

Wat denk je zelluf

Iemand wilde mijn kuipstoeltjes graag hebben. Ik had erbij gezet ‘gratis af te halen’, maar de beste mevrouw liet weten dat ze geen auto had. Of ik ze even langs kon brengen? Toen ik vriendelijk liet weten dat de stoeltjes al gratis waren en dat ze toch echt haar eigen vervoer moest regelen, stuurde ze me een raadselachtig berichtje zonder vragen met enkel de mededeling dat ze dan twee keer heen en weer moest fietsen om de stoelen op te halen. Toen er geen aanvullende vraag of mededeling kwam, vroeg ik: ‘Dus komt u ze halen of niet?’

Dat wilde ze.
De volgende dag bleek ze toch vervoer te hebben kunnen regelen en keek ze naar de stoeltjes in mijn woonkamer. ‘Ja, ze zien er goed uit.’ Ze keek me aan met een blik alsof ze wilde zeggen: ‘En nu mag je ze naar buiten tillen voor mij.’
Ja, dag hoor, dàhhag.
‘Nou, ze zijn helemaal van u,’ zei ik enthousiast en gebaarde naar de stoeltjes, terwijl ik een stapje achteruit deed.

Nou… NEE

‘Wat wilt u voor dit horloge hebben inclusief verzendkosten?’ vroeg een vrouw over mijn nooit gedragen ‘gratis af te halen’ Swatch. Ik mailde terug dat ik hem niet opstuurde, omdat ik midden in een verhuizing zat en daarom veel dingen online weggaf. Als ik al die dingen ook nog op de post moest doen naar Verweggistan, bleef ik de hele dag naar het postkantoor fietsen.
‘Als ik je nou vijf euro geef, stuur je hem dan op?’ was de wedervraag.
Nou, laat me eens even kijken. Ik fiets naar het postkantoor, moet een doosje kopen om het ding in te stoppen en dan € 6,95 aan verzendkosten betalen. Ik denk er even over na… NEE.

Nou... nee

‘Als u er 20 euro van maakt, hebben we een deal,’ stuurde ik terug.
De reactie kwam meteen. ‘Dan gaat het niet door. Dat is echt veel te veel.’

Het is ja of nee, niet ‘misschien’

Maar de laatste koper spande de kroon. Zijn naam was gelijk aan die van een Zweedse band die de wereld veroverde in de jaren 70. Hij bood 20 euro voor mijn oude grafische rekenmachine, in een mailtje dat bestond uit zinnen die even multi-interpretabel waren als de Bijbel. Ik stelde voor dat hij de volgende ochtend om negen uur de rekenmachine zou komen ophalen. Het antwoord: ‘Ik zal kijken of ik op tijd wakker kan worden.’ Eh… oké?
Het werd kwart over negen, half tien, maar onze Zweedse popgroep arriveerde niet. Die middag mailde hij om te vragen wanneer hij hem kon komen halen. Geen excuus, niets. Ik besloot hem nog een kans te geven en we spraken af dat hij de dag erop tussen negen en elf uur ’s ochtends langs zou komen, want dan was ik thuis.
Hij kwam weer niet opdagen. Dat vond ik jammer, want ik had al bedacht hoe ik al Dancing Queen zingend de deur open zou doen. (Niet dat ik daar de ballen voor heb, maar fantasie-ik durft veel meer dan de echte ik.)

Lesje beleeftheit

De volgende dag kreeg ik een mailtje. ‘Sorry dat ik gister niet gekomen ben. Het lijkt best dat ik ’s middags kan gaan.’
Het leek mij het best dat hij helemaal niet meer zou gaan. Ik reageerde niet meer en we verhuisden naar de andere kant van het land. Twee weken later kreeg ik een mail met de vraag of ik die avond thuis was, omdat hij toch wel graag de rekenmachine op wilde halen. De afsluiter: ‘En wil je wel evenreageren. Is  welzo beleeft.’
In plaats van een tirade over twee keer niet op komen dagen op de afgesproken tijd en beleefdheid, stuurde ik vanuit Helmond terug: ‘Tuurlijk.’ Ik voegde mijn oude adres in Drachten toe.

Nooit meer iets van gehoord.