Met je luie reet!

Mijn goede voornemens zijn dik een maand te laat, maar ze zijn er hoor. De pers mag ingelicht worden; de kranten gebeld. Sosha doet tegenwoordig aan sport.

Lui varken
Ook al geef ik het niet graag toe: ik ben liever lui dan moe. Tot één uur ’s middags in mijn bed liggen of ondersteboven hangend een film kijken op de bank; ik houd ervan. Gezond eten behoorde tot voor kort ook niet tot mijn takenpakket. In de snackbar kennen ze me bij naam en weten ze wat ik wil bestellen. Ik stak mijn kop diep in het zand. Hoort allemaal bij de winterdip, vond ik. Maar toen ik twee weken geleden voor de spiegel ging staan, ontdekte ik toch iets nieuws aan mijn lichaam. Mijn strakke dansbillen bevonden zich een aantal centimeters lager dan voorheen. Dik ben ik nooit geweest, maar les frittas hebben wel een nieuwe hangplek gevonden. Letterlijk.

Genoeg is genoeg
Tijdens een avondlijke chillsessie met mijn vriend klonk ineens de zin die je als vrouw never fucking nooit wilt horen. ‘Zo, je hebt wel dikkere billen gekregen sinds we samen zijn!’ Ik bevroor. ‘WAT zei je?!’ Ik gaf hem een speelse duw. ‘Ik zeg niet dat dat slecht is!’ voegde hij er snel aan toe. Maar de situatie kon in mijn ogen niet meer gered worden. Mijn hersenen vertaalden – zoals alleen vrouwen dat kunnen – zijn zin. Ik heb dus gewoon een dikke reet gekregen. ‘Die zak chips hoef ik ook niet meer,’ zei ik stellig terwijl ik de halfvolle zak naar hem toe schoof. ‘Stel je niet aan, mens,’ zei hij. ‘Nee,’ begon ik. ‘We gaan het vanaf nu heel anders aanpakken. Ik en mijn dikke reet gaan het doen. We gaan sporten.’

Blij met zweet
Ik ben pas een week actief in het hardloopcircuit, maar ik vind het nu al een verademing. De eerste keer was wennen; ik dacht na vijf minuten rennen dat ik mijn ingewanden eruit zou kotsen. ‘Stop effe!’ riep ik naar mijn op meters verdere fanatieke huisgenoot, die maar wat blij was dat ze eindelijk een hardloopmaatje had gevonden. ‘Roken, hè?’ krijste ze terug. ‘Doorgaan nou! Kom op!’ Twijfelachtig sjokte ik achter haar aan, maar na een tijdje begon ik er zowaar plezier aan te beleven. Mijn cardio playlist dreunde lekker in mijn oren en ik voelde een gigantische binding met Amsterdam. Ik begon zelfs andere hardlopers voorzichtig gedag te zeggen, die me vast hebben uitgelachen toen ze zagen hoe tevreden ik was met het zweet dat in mijn mond liep en mijn nog veel te witte hardloopschoenen.

Ik ervaar ongetwijfeld beginnersgeluk. Ik ken dit. Zo gaat het namelijk altijd met mij als ik net een nieuwe hobby heb gevonden. Over een maand spreek ik mezelf wel weer. Eens kijken hoe ik er dan bijloop in het Vondelpark. Eén ding weet ik wel: als we echt zo doorgaan, zijn we van de zomer zo strak als een anus.

© beeld: thinkstock