Blog Michelle: Brombeer

Blog Michelle: Brombeer

Een impulsieve aankoop hoeft niet per definitie fout te zijn, mits het beperkt blijft tot bijvoorbeeld een pakje kauwgom of een grappig bedoeld telefoonhoesje. Bij mij was mijn laatste impulsieve aankoop van een iets groter formaat: ik kocht een Tomos Revival.

Gezien het feit dat ik überhaupt nog nooit op een brommer had gezeten en mijn brommerkennis ongeveer net zo ver reikt als Sieneke’s hitpotentie, was de voormalig eigenaresse zo vriendelijk even uit te leggen hoe je het gevaarte aan de praat krijgt. Met een flinke trap op z’n staart kwam de weeïge olielucht mij tegemoet en compleet in de stemming met Born to be wild op repeat reed ik naar huis. Toen ik ‘m aan vrienden liet zien vroegen de meesten zich af waar ik ‘m voor ging gebruiken om over de zwaar afkeurende blik van mijn vader nog maar te zwijgen. Het was als met een kersverse verliefdheid: goedbedoelde maar dringende adviezen over ‘of ik het wel moest doen’ sloeg ik lachend in de wind.

Of er iets mee zou gebeuren? Het was meer de vraag wannéér er iets mee ging gebeuren. Maar eerlijk is eerlijk: tot nu toe had ik één keer midden in de polder zonder benzine gestaan. Verder leek er toch echt geen vuiltje aan de lucht. Als het hierbij zou blijven, zou ik mezelf prijzen met deze topaankoop.

De nieuwverworven aandacht met deze brommer werkt bijna verslavend en zo reed ik ook gisteren met een brede grijns en open jas door het centrum (zij het met een extra flesje benzine in mijn zadel). Tót het moment dat mijn mobiele modeshow plotsklaps ruw werd onderbroken: de trut startte nog wel, maar was niet meer vooruit te kijgen. Omdat ik allang blij was dat ik mij dit keer niet op die uitzichtloze polderweg bevond, besloot ik maar gewoon diep in te ademen en naar de dichtstbijzijnde brommerwinkel te wandelen.

Het was heet en aangezien een brommer echt níet hetzelfde is als een fiets, steeg mijn lichaamstemperatuur tot tropische hoogten. Ik slaakte een kreet van opluchting bij het vinden van een scooterzaak. Met een arsenaal aan hippe Vespa’s was het zo te zien ook niet de minste. Gewapend met zowel een flinke buik als baard kwam de eigenaar argwanend aangelopen.

“Wat heb ‘ie daar? Een tweetakt zeker?!” In tegenstelling tot ikzelf sprak de beste man dus vloeiend brommer. “Want ik doe niet aan tweetakt,” vervolgde hij. (Mijn voornemen om het woord tweetakt te googelen was vooralsnog altijd bij een voornemen gebleven.) “Oh jee, waar moet ik dan naartoe? En wat doet u dan wel?” “Ik doe aan viertakt, dametje. Iedereen maar zeiken over een slecht milieu,” bromde hij, “en dan wel zo’n vervuilend ding rijden. Ongelofelijk.”

Brombeer negeerde mijn verslagen blik, keek naar mijn pronkstuk en stelde een retorische vraag. “Enig verstand van dit ding?” Ik verontschuldigde me: “Nou, haha, eigenlijk niet echt, ik heb ‘m pas net!” “En waarom heb je ‘m gekocht?” “Ja jeetje… ik vond ‘m leuk?” Toen ik het zei, wist ik het al: wrong answer. Ik zag dat zijn oren spontaan begonnen te bloeden en Brombeer gaf me een straffe blik. “Leuk? LEUK? Je koopt een brommer omdat je ‘m LEUK vindt?! Heb je überhaupt een beetje vooronderzoek gedaan?” Voor mijn gevoel deed mijn niveau in zijn ogen niet veel onder voor die van een gemiddelde Barbie en omdat ik niet compleet hopeloos wilde overkomen ging ik toch tegen hem in. “Ja zeg, ik weet echt wel wat ik gekocht heb hoor! En, en, en ik heb me wel degelijk verdiept in een Tomos. Zo dom ben ik nu ook weer niet.” “Nee? Maar heb je al gekeken naar wat er mis mee zou kunnen zijn?” Hij bleef me aankijken. “Jazeker,” loog ik en wierp mijn beste kritische blik op de weigerende Tomos. “- maar ik kon toch echt niets ontdekken wat er mee mis zou kunnen zijn.”

“Meisje. Kijk eens goed.” Wat ik vervolgens ook deed – wederom zonder resultaat.

“Nee? Nog steeds niet? Meisje… je ketting ligt eraf.”

En inderdaad. Als een gebruikt condoompje hing de ketting treurig naast z’n tandwiel. Ik kon niet anders dan giechelen en achteraf bedacht ik me dat ik in nuchtere toestand zelden zo een belabberde indruk op iemand moet hebben gemaakt. Helemaal harteloos bleek Brombeer gelukkig niet en met zijn besmeurde handen kreeg hij de ketting er nog binnen een halve minuut op. “Luister dametje, voorzichtig rijden nou en laat die ketting even strakker maken. Nog beter: breng dat stinkding naar de schroot en koop een viertakt.” Bulderend van het lachen draaide hij zich om en liep naar binnen. “De ketting eraf, hahahaha…” Ik wist niet hoe snel ik mijn helm over mijn klamme voorhoofd moest trekken, riep hem een dankjewel toe en startte met de staart tussen mijn benen de brommer.

Terwijl ik links en rechts werd ingehaald door de scootmobiels reed ik voorzichtig en een tikkeltje vernederd naar huis. Puh. Oh well. Een stinkende tweetakt lijkt me nog altijd beter dan helemaal geen tact.


Michelle Bakker (29) woont in Amsterdam en werkt fulltime op de redactie van VIVA.

mies@viva.nl

Instagram: michelle.bakker
Twitter: @michellebakker

Lees ook Michelle’s eerdere blogs:

In de schijnwerpers
Krabpaal
Het verschrikkelijke leed dat zeroes mode heet
Waarom 30 worden helemaal niet erg is