Blog Michelle: Drama op de spoedkliniek

Blog Michelle

Wát een weekend. En het begon nog wel zo goed, met een paar biertjes in de stad. Maar mijn relaxte weekendstemming sloeg al snel om toen ik rond middernacht thuiskwam en mijn zojuist gesteriliseerde kat in een akelige positie aantrof. Mevrouw had het nodig gevonden haar gehechte buikwond eigenhandig weer open te trekken. Ik kon mijn genuttigde biertjes ternauwernood binnenhouden en slaakte een dramatische gil.

Overrompeld door paniek en met een fijn neusje voor drama belde ik onmiddellijk de dierenambulance, ervan overtuigd dat ze met gillende sirenes mijn gehavende Catootje direct op zouden komen halen. Ze zouden zich met roekeloos rijgedrag niks aantrekken van rode stoplichten en het voertuig overdwars op de stoep parkeren, om zich vervolgens met minimaal drie personen over het arme dier te ontfermen. Gele jassen, stethoscopen, een infuus, hartmeters – mijn huiskamer zou het scenario worden van een hartverscheurende aflevering van ‘Vinger-aan-de-poot’.

“Och jee,” zei een weinig verschrokken dame aan de lijn en zuchtte. “Wat vervelend. Ja mevrouw, dan zult u even naar de dierenspoedkliniek op de Isolatorweg moeten komen.” Spoedkliniek? Geen ambulance? Isolatorweg? Da’s in West. Mijn innerlijke crisiscomité draaide overuren. Shit. Die biertjes. En wijntjes. Alcohol. “Maar ik mag niet meer rijden!” Ik probeerde een eventuele dubbele tong goed te verbergen. “Tsja mevrouw, daar kan ik ook niks aan doen. Dan zult u een taxi moeten regelen.” Ja, logisch. Alsof ze voor dronken bellers een uitzondering maken. Ook dat nog.

De mevrouw aan de lijn mocht dan niet onder de indruk zijn, mijn hartslag draaide nog steeds overuren en met trillende handjes bestelde ik, zoals opgedragen, een taxi. Catootje waggelde rustig haar draagmandje in, weinig onder de indruk van mijn hysterie. Toen de taxi aan de overkant van de weg stond  (en dus niet eens op de stoep), riep ik de rijdende auto’s een halt toe en stak op z’n Hollywoods al rennend de weg over. “Spoedgeval! Isolatorweg 45!” riep ik toen ik de taxi in sprong. Achteraf betwijfel ik of hij daadwerkelijk de ernst van de situatie inzag of gewoon graag de situatie aangreep om als een Duke of Hazzard door de stad te scheuren. Daar zat ik dan, op vrijdagavond om half twee ’s nachts op de achterbank van een Uber-taxi. Met m’n zelfmutilerende huisdier.

Al hijgend rende ik de kliniek binnen. “Mijn kat! Open buikwond! Net gebeld!” “Goedenacht mevrouw, gaat u even zitten, mijn collega komt u zo ophalen.” Ik ging zitten en hield de deur van de behandelkamer nauwlettend en nagelbijtend in de gaten. Toen ik even later naar binnen werd geroepen, deed ik met mijn ernstigste blik mijn verhaal, waarbij ik ternauwernood een paar dramatische tranen kon onderdrukken. De behandelend arts leek weinig onder de indruk van mijn melancholische act en vertelde me dat Cato een nachtje zou moeten blijven. Alles zou goedkomen en ik kon in alle rust gaan slapen. Ik gaf het beestje een dikke kus en nam een afscheid die niet onderdeed voor die van Jack en Rose voordat Rose hem voor altijd in het ijskoude zeewater liet zakken.

De volgende ochtend werd ik na weinig nachtrust wakker gebeld door de spoedkliniek. “Alles is goed gegaan, mevrouw Bakker. Catootje heeft de nacht goed doorgebracht en is net rustig wakker geworden. U kunt haar komen ophalen, hoor.” Compleet ontnuchterd maar met een lichte hoofdpijn stapte ik mijn bed uit. Misschien is een cursusje drama bij de lokale toneelvereniging helemaal niet zo’n verkeerd idee.


Michelle Bakker (29) woont in Amsterdam en werkt fulltime op de redactie van VIVA.

mies@viva.nl

Instagram: michelle.bakker
Twitter: @michellebakker

Lees ook Michelle’s eerdere blogs:

Karaoke
Barman
Krols
Gourmetten
Tepels & tape

Telefoonleed
Ziek
Polderglamour
Bril
De partyfotograaf
Halloween is verschrikkelijk
De Negen Straatjes
BN’ers
Playboy
Oplapdag (deel II)
Oplapdag (deel I)
Dokter Jochem
Staat je goed
Chill
Tramtrauma
Koken is kut

Lowlands
Kerrrmis
Steppen

Op de camping

Tinder
Erik
Wildplassen
Erotische massage
Brombeer
In de schijnwerpers
Krabpaal
Het verschrikkelijke leed dat zeroes mode heet
Waarom 30 worden helemaal niet erg is