Blog Michelle: krabpaal

Michelle blog krabpaal

Met mijn geld ben ik nooit heel voorzichtig geweest. Mijn aankopen zijn vaker impulsief dan doordacht en het is als gevolg daarvan meer dan eens voorgekomen dat ik al staande aan de kassa een haastige spaarrekening-betaalrekening transfer moest maken. Gelukkig heb ik het aantal geldincidenten, op die paar lullige en vooral gênante supermarkttaferelen na, toch aardig binnen de perken weten te houden.

Toch kreeg ik afgelopen maand ineens de geest: het moest vanaf nu anders. Niet zonder reden: mijn vakantie naar Thailand had een flinke tol van mijn portemonnee geëist, mijn vertrekkende huisgenoot kreeg haar welverdiende borg van mij terug en bovenal, nu komt het, ik heb een raskat gekocht. En terwijl het nog maar de vraag is of het gaat klikken tussen mij en haar: het beestje was nogal duur en komt aanstaande zaterdag al. En dus moest er nog het één en ander in huis worden gehaald: kattenbak, krabpaal, voederbakjes, mandje, poepschep (…), kattenbakkorrels en voer. En aangezien Catootje zelf al een aardig prijskaartje had, bedacht ik mij dat ik aan de rest zo min mogelijk uit wilde geven. En dus kwam ik al snel op een vraag- en aanbodpagina van Facebook terecht.

Enigszins trots op mijn nieuw verworven financiële voornemens stuitte ik al snel op een advertentie van een krabpaal. Voor vijf euro. VIJF! Een korte mailconversatie verder had ik een afspraak staan om na mijn werk het grijze geval op te halen in de voor mij als Amsterdam West-meisje bijna exorbitant verre Rivierenbuurt. Slechts 40 minuutjes vanaf mijn werk en vervolgens 25 minuutjes naar huis. Eitje! Voor vijf euro bespaarde ik me een kapotte bank danwel gordijnen: meerdere malen gaf ik mezelf schouderklopjes al treinend naar het adres.

Dingdong! Het blijft natuurlijk altijd een beetje ongemakkelijk. “Ja haai, Michelle hier, van de krabpaal!” “Wieee…?” “Michelle! Ik kom de krabpaal ophalen! …Amsterdam Yard Sale!” Handjeklap, vijf euro – alstublieft-dankuwel en nog geen drie minuten later stond ik weer buiten met  in mijn handen een dermate hoge krabpaal dat het speelballetje, dat er jolig met een touwtje aan vasthing, irritant tegen mijn neus slingerde. Dat wordt een lekker reisje naar huis, met nog 25 minuten tram voor de boeg. Toen ik de tram instapte werd ik betwijfelend aangekeken en toen realiseerde ik het mij pas: hier sta ik dan. In de tram, met een gebruikte krabpaal die niet eens grijs maar overduidelijk zwaar verkleurd paars is. Waar de witte haren van de hoogstwaarschijnlijk overleden Snoepie of Jopie nog volop aan vastkleven en waarvan niet alleen ik, maar ook de rest van de tram spontaan van moest niezen.

Na een ongemakkelijke klimtocht (het helse ding paste niet door de wandelgang van de tram) vond ik een vrij stoeltje achterin en vroeg me af: waarom kocht ik voorheen dure spijkerbroeken alsof het bloemkolen waren en heb ik meer jassen dan er in heel Volendam wonen, terwijl ik mezelf nu compleet voor joker zet om een tientje of vier te besparen?

Eenmaal thuis had ik inmiddels zo’n jeuk overal (al dan niet tussen mijn oren) dat ik de krabpaal grondig met de stofzuiger te lijf ging. Ik zou die bij elkaar gespaarde pruik van Snoepie danwel Jopie er zó afzuigen en dan viel het allemaal wel mee. Totdat ik mij realiseerde dat het niet om die paar kattenharen ging: dit ding was oud, gebruikt, besproeid met weet ik veel welke kattenvochtsoorten er bestaan en bovenal muf en toch eigenlijk ook wel bijzonder lelijk. Wat had ik in VREDESNAAM in zowel mijn hoofd als mijn huiskamer gehaald?! Gadver. Damme. En zo eindigde de ooit door Snoepie of Jopie geliefde paarse krabpaal al na één uur bij het grofvuil, nog vóór Catootje er ooit haar nagels op los kon laten. Maar iets zegt me dat zij er haar verwende raskattensnuitje ook voor op zou halen.

Ik berust me maar in de gedachte dat ik voor  5 euro een mooi uitje Rivierenbuurt heb gehad. Over besparen gesproken: daar kan geen toeristenbustarief tegenop…


Michelle Bakker (29) woont in Amsterdam en werkt fulltime op de redactie van VIVA.

mies@viva.nl

Lees ook:

Het verschrikkelijke leed dat zeroes mode heet
Waarom 30 worden helemaal niet erg is