Blog Michelle: Op de camping

Over het algemeen ben ik goed geslaagd in Nederlander zijn. Zo eet ik mijn eten rond een uur of half zeven, ontbijt ik al 29 jaar met hagelslag en vind ik genereuze fooien geven gênant genoeg best moeilijk. Maar bij kamperen trek ik toch echt de grens.

Niet dat ik wat heb tegen slapen in een klamme tent of douchen en afwassen in hetzelfde hok… oh nee wacht, correctie, dat heb ik dus wel. Geen haar op mijn hoofd die daar ook maar enige ‘vakantie’ in herkent – in tegenstelling tot zo, pak ‘m beet, ALLE andere Nederlanders.

Het moet rond het eerste jaar van dit millennium zijn geweest dat ik voor het eerst lijfelijk kennismaakte met het fenomeen kamperen. Ik mocht mee met een vriendinnetje en haar ouders – voor wie de camping zo goed als een tweede thuis was. En alsof je op veertienjarige leeftijd al niet genoeg prangende zorgen aan je pukkelige hoofd hebt, was ik totaal niet voorbereid op het doe-het-zelf-relaxen-voor-gevorderden.

Achteraf besef ik me pas hoe ik een wandelende karikatuur van mezelf was, toen ik op hoge hakken (ja echt) en met een föhn in mijn rolkoffer mezelf een weg door het modderige gras moest banen. Ik kan je vertellen: Bambi op ijs zag er soepeler uit. Vanaf het moment dat ik bij aankomst -terecht- hard werd uitgelachen kreeg ik al zo’n voorgevoel dat kamperen niet helemaal bij mij zou passen. En dat werd bevestigd toen ik de alom gevreesde bring-your-own-pleerol regel leerde. (Ik had het moeten weten, toen ik ome Henk’s parodie op In the navy van The Village People uit volle borst mee scandeerde. Op de camping! Geen papier op de wc!)

Wellicht, dacht ik optimistisch, als ik het wat vaker zou doen, zou ik er aan kunnen wennen en het eventueel, misschien, kunnen gaan waarderen. En dus: camping Appelhof op Terschelling, Lowlands, Surfana, entreefeest van m’n studie, and so on: been there, done that. Ik ging ze allemaal af en uiteindelijk waren tiener- én twintigerjaren gevuld met feesterijen waar een stuk zeil en een tiental tentstokken vereiste was. Ik kan je vertellen: het heeft geregend, gestormd, er zijn complete tenten weggewaaid, er zijn schoenen weggedreven, kussens keerden klamvochtig terug naar huis, spullen werden gestolen, luchtbedden gingen lek, tenten gingen lek, krentenbollen beschimmelden, twee-seconden-tenten werden opgegooid, twee-seconden-tenten werden nooit meer opgevouwen, zaklampen raakten (vooral ’s nachts) zoek en bier werd zo warm dat Freddy H. zich om zou draaien in zijn graf.

Een kijkje in de Dikke Van Dale leert:

vakantie zelfst.naamw. (v.) Uitspraak:   [vaˈkɑn(t)si] 1) periode van een aantal dagen waarin je vrij bent en niet hoeft te werken

Nu even serieus, wie gaat mij vertellen op welke camping je níet hoeft te werken? Zwoegen is het. Ploeteren. Ik doe het niet meer. Ik geef het op. Het is mooi geweest. No more kamperen. Zoals ene Yvonne K. ooit prachtig zei: alles went, behalve een tent. Toch, of…?


Michelle Bakker (29) woont in Amsterdam en werkt fulltime op de redactie van VIVA.

mies@viva.nl

Instagram: michelle.bakker
Twitter: @michellebakker

Lees ook Michelle’s eerdere blogs:

Tinder
Erik
Wildplassen
Erotische massage
Brombeer
In de schijnwerpers
Krabpaal
Het verschrikkelijke leed dat zeroes mode heet
Waarom 30 worden helemaal niet erg is