Midzomernachtdroom

De langste dag. Dat was hem alweer.
Op de Vrije School hoort daar een feest bij. Sint Jan.
Wie die man eigenlijk is, en of dit dan zijn verjaardag was, is mij onbekend, maar een leuk feest is het wel.
De kleuterklas komt het bij ons vieren. Dertig blozende kinderen met bloemenkransen op het hoofd, dartelen door de tuin. De juf vertelt een verhaal en moet vooral haar best doen om de ouders stil te krijgen. Veel te gezellig zo, met een kop koffie in de zon.

Trots
Zoon is apetrots dat hij gastheer mag wezen voor zijn hele klas. Tot een vriendinnetje een tak van hem in het vuur gooit. Zijn meest dierbare tak. Het doet hem gillend als een speenvarken ter aarde storten. Dat het bos wel meer takken in de aanbieding heeft, doet niks af aan zijn verdriet. De bloemenkrans hangt hem scheef op het woedende hoofd.
Het is ook wel wat veel uitzinnige feestvreugde voor een kleuter, want s ’avonds verzamelt de hele school zich met een picknick rond een vuur.

Wiet
De eend brengt ons er naartoe. Pesterig zet ik ook manlief een krans op.
‘Nou zijn we wel heel erge hippies,’ zegt hij beschaamd. Ter plaatse snuift een medevader aan de krans en meent de geur van wiet te herkennen. Zou dat stiekem in onze tuin staan? Dat zou het plaatje wel compleet maken.

Hippie
Ouders en kinderen dansen in een grote kring rond het vuur. Wij waren juist neergestreken met een wijntje in de hand en kijken naar de dansende mensen. Dezelfde vriend die warme herinneringen kreeg bij de geur van de bloemenkrans, doet nu heel overdreven mee.
Tot hij ziet dat wij slechts toekijken. Zijn stem schalt over het veld.
‘Stelletje nephippies!’
Hadden we zo ons best gedaan…

Foto: Bellafaye