‘Mijn’ eerste bevalling

‘Kom snel’, gilt één van de zusters terwijl ze me aan mijn arm meetrekt. Seconden later staar ik naar een zwarte, glimmende vagina waar een enorme lading slijm en bloed uitkomt.

‘Live’ aanschouwen
Natuurlijk weet ik hoe een bevalling in grote lijnen in zijn werk gaat en word ik regelmatig overladen met uiteenlopende gedetailleerde verhalen van vriendinnen. Het ‘live’ aanschouwen blijkt echter andere koek, laat staan het zelf meemaken.

Een mengeling van afschuw en fascinatie
Zat ik enkele minuten eerder op een bed nog een moeder met een piepkleine tweeling te interviewen, nu sta ik met een mengeling van afschuw en fascinatie naar dit bizarre maar tegelijk zo natuurlijke schouwspel te kijken. ‘Yala, yala’, moedigen verschillende vrouwen in het Arabisch het jonge meisje aan die bij elke wee zachtjes kreunt maar verder nauwelijks een kik geeft.

Mengsel van slijm en bloed
‘Ik mag hier niet zijn’, zeurt ondertussen een stemmetje in mijn hoofd als ik zwaar gegeneerd naar het mengsel van slijm en bloed staar dat uit haar vagina in een metalen bak druipt. Tussen de weeën door geeft het meisje echter duidelijk aan onze aanwezigheid geen probleem te vinden en staat ons zelfs toe om foto’s te maken.

Beste plek van Zuid-Soedan
De zon brandt ondertussen op het golfplaten dak van het gammele ziekenhuisgebouwtje. Het is midden op de dag en op het voorhoofd van het meisje glimmen zweetpareltjes. Hoewel de krakkemikkige bevallingsstoel haar weinig comfort biedt, door het ontbreken van beensteunen leunen haar voeten zelfs op schroeven, durf ik met zekerheid te zeggen dat dit de beste plek van heel Zuid-Soedan is om te bevallen.

Honderden vragen
Hoe zeer ik ook mijn kop er probeer bij te houden – ik ben immers bezig met een verhaal over de situatie van vrouwen in Zuid-Soedan – merk ik hoe honderden vragen door mijn hoofd schieten: ‘Zou ik dit aankunnen? Zou ik de pijn kunnen verdragen? Ben ik wel zo sterk?’

‘Oh mijn God’
Tientallen weeën later wordt langzaam een hoofdje met zwarte haartjes zichtbaar. Als een verloskundige de vagina verwijdt, haar vingers achter het hoofdje steekt en tijdens een laatste perswee het kindje eruit trekt, dwingen mijn hersenen me om weg te kijken maar wint mijn fascinatie en nieuwsgierigheid het. In een reflex sla ik mijn hand voor mijn mond en floept er ‘Oh mijn God’ uit. Mijn maag draait zich om, denkend aan hoeveel pijn dit moet doen.

Het is een meisje
De jonge moeder straalt echter als de vroedvrouw het slijmerige kindje op haar buik legt en opgetogen uitroept: ‘Het is een meisje’. Met grote ogen kijk ik naar het opeens zo vredige tafereel en slik mijn misselijkheid weg. Verbijstering overmeestert me echter opnieuw als ik hoor hoe deze jonge moeder zelf ook nog maar een kind is. Het meisje blijkt pas 15 jaar oud en is net bevallen van haar derde kindje. Ze is geen uitzondering in Zuid-Soedan, waar geboortebeperking nog helemaal ‘not done’ is omdat volgens de algemeen heersende opinie zo snel mogelijk zoveel mogelijk kinderen moeten worden gebaard om de twee miljoen oorlogsdoden ‘te vervangen’.