Mijn fotobelofte

Ik heb duizenden foto’s op mijn harde schijf staan en ontelbare korte filmpjes. Maar ik heb eigenlijk geen idee wat ik er in godsnaam mee moet.

Mijn zoontje Matthijs is vandaag op de kop af zes weken oud. Ik merk steeds vaker dat ik denk: we moeten foto’s maken, want voor je het weet…. Ja, voor je het weet wat eigenlijk? Van Robin hebben we echt honderden foto’s van de eerste weken, van Matthijs al een flink stuk minder. Die honderden foto’s en korte filmpjes van Robin staan op mijn harde schijf, in een map met de naam ‘Foto’s uitzoeken’ een naam die de map waarschijnlijk voor eeuwig gedoemd is te dragen.

Ik ben ook altijd erg bang om die foto’s en video’s kwijt te raken. Daarom heb ik op een externe schijf een kopie van alles. Dat is ook direct waar ik mezelf moet remmen, want ik ben het soort persoon dat het liefst een kopie van de kopie heeft, want wat als…

Nostalgie
Die duizenden foto’s en honderden filmpjes staan op mijn computer, en ik bekijk ze werkelijk nooit. Dat is jammer, want vroeger was foto’s kijken echt een leuke bezigheid. Dan pakte je op een vrijdagavond dat album uit de kast, en dan keek je vol nostalgie die foto’s van vroeger door, zelfs al was vroeger soms nog maar een jaar geleden. Dat hele gevoel lijkt nu weg te zijn, omdat de overdaad aan foto’s en video’s het medium een beetje verpest hebben.

Niet alleen omdat we er zoveel hebben dat we ze niet meer allemaal door kunnen kijken, maar vooral ook omdat ‘het fotomoment’ verdwenen lijkt te zijn. Terwijl je dit leest kun je ongetwijfeld een foto in gedachten oproepen uit een fotoboek van vroeger. Je weet het moment nog precies, kan de inhoud van de foto tot in detail beschrijven. Dat moment, dat ene speciale moment waarop je die foto nam die of briljant was of compleet mislukt en daardoor briljant, dat lijkt niet meer te bestaan. Tegenwoordig neem je vaak niet meer een foto, maar schiet je er nog vier bij, gewoon voor de zekerheid.

Charme de nek omgedraaid
Die overdaad aan foto’s heeft de charme wat mij betreft wel een beetje de nek omgedraaid. Die ene foto in Fantasialand van twintig jaar geleden kan ik bijna uittekenen, maar van de laatste tien jaar kan ik me geen foto voor de geest halen, simpelweg omdat het er duizenden zijn. Ik denk dan ook dat het tijd is voor een drastische verandering op fotogebied.

Ik heb besloten dat ik, in ieder geval het komende jaar, ga proberen om alleen een foto te maken van de écht bijzondere momenten (hartstikke leuk dat Robin snotbellen kan blazen maar daar hoeft niemand visueel bewijs van). Regel twee is dat ik van zo’n moment ook maar écht één foto mag maken (vooruit, smokkelclausule: één foto mag bewaren). Immers, als ik in een jaar meer foto’s maak dan er in een boek passen, dan had ik waarschijnlijk meer tijd kunnen besteden aan het genieten van het moment, dan aan het vastleggen ervan.

Weten jullie nog?
Ik durf te wedden dat het niet alleen leidt tot minder foto’s, maar dat de foto’s met hun schaarsheid ook hun bijzonderheid weer terugkrijgen. Zodat ik over een jaartje of vijf met Robin en Matthijs op vrijdagavond op de bank kan kruipen met een fotoboek op schoot, een foto kan aanwijzen en kan zeggen, ‘jongens, weten jullie nog?’. Waarop zij dan volmondig  ‘ja’ kunnen antwoorden, omdat foto’s voor hen net zo bijzonder zijn als ze vroeger voor mij waren.