Mijn grote oeps

Ik ga niet vertellen hoe slecht ik ben in speechen. Dat heb ik namelijk al vaak genoeg gedaan. Ik ga dus niet uitweiden over hoe ik twee weken geleden op mijn boekpresentatie al speechend de verbale sprong maakte van ‘het is net een sprookje’ naar ‘en dan ben ik een prinses, maar dan zonder maat 34, maar dat geeft niet, want chocola is gewoon heel erg lekker’. Daar gaan we helemaal aan voorbij. Ik wil het namelijk even hebben over mijn grootste oeps van die dag.

Segwaytour
Weken van tevoren was ik begonnen met dingen regelen, want we gingen niet alleen Verslingerd lanceren in de Vestingbar op de Enschedese campus (een locatie die ook voorkomt in het boek), maar ik ging samen met zeven boekbloggers ook een segwaytour doen. Supergaaf natuurlijk, om ons over de campus te verplaatsen met het ultieme nerdvervoer. En als klap op de vuurpijl had ik geregeld dat we een kijkje konden nemen bij Fanaat, de spelletjesvereniging die in zowel Verkikkerd als Verslingerd voorkomt. Supergaaf natuurlijk, want normaal is Fanaat op zaterdagen dicht. Speciaal voor ons hield Tim de vereniging aan het begin van de middag open.

SegwayMakkelijker dan fietsen
We kregen een korte segwayles om te voorkomen dat we onszelf of andere mensen ernstig verwonden en dan kunnen we op weg. Zoals instructeur Mike al zei: ‘Het is net zo makkelijk als fietsen, alleen leer je het veel sneller.’ Helemaal waar! Ik wil nooit meer van mijn segway af. Al krijg ik na een tijdje wel een heel klein beetje lamme voeten.

SegwayenDe eerste OEPS
Maar goed, to the point, want er ging natuurlijk iets mis. Eigenlijk gingen er zelfs twee dingen aanzienlijk mis, en het ene ding was een direct gevolg van het andere. Ten eerste werden we op een smal paadje geconfronteerd met fietsers, waardoor een van de bloggers per ongeluk op pijnlijke wijze kennismaakte met de bosjes. Toen ze weer opgelapt was en een beetje bekomen van de schrik, reden we verder. Het enige wat ik nog dacht was: ‘Goed, nu kunnen we maar beter snel terug. Straks valt er weer iemand, dat wil ik niet op mijn geweten hebben!’ Dus reden we terug naar de verzamelplek en gingen we alvast bij de Vestingbar naar binnen, waar de bezoekers van de presentatie al binnen begonnen te druppelen.

De tweede OEPS
Vijf minuten voordat ik het podium op moest om te speechen, sloeg ik ineens mijn hand voor mijn mond.
‘Wat is er?’ vroeg Lau. Hij leek niet echt onder de indruk van mijn plotselinge schok, maar dat is ook niet zo gek aangezien hij me al de hele ochtend van blij naar bang naar hyper naar chagrijnig naar uitgelaten had zien gaan, als een soort op hol geslagen emotie-jukebox.
‘We hebben Fanaat overgeslagen,’ fluisterde ik amper hoorbaar. En daarna iets hysterischer: ‘We zijn gewoon helemaal niet bij Fanaat geweest!’
Als de wiedeweerga spurtte ik naar de auto, greep ik de boeken die ik had meegenomen voor Tim en sjeesde ik de trap af naar de Drakenkelder, waar Fanaat gevestigd is. Daar zat hij – helemaal alleen. Ik voelde me op slag nóg schuldiger. Een heel klein beetje over de rooie legde ik uit dat er iemand was gevallen en dat mijn hersenen zich daarna gewoon hebben gereset. Gelukkig kon hij er wel om lachen en verzekerde hij me dat het niet erg was.

En ze leefden nog lang…
Het was een behoorlijke oeps, maar verder was het echt een heel leuke dag. De zon scheen en er waren zo’n vijftig mensen afgereisd naar Enschede. Dat vind ik echt hartverwarmend! Een uitgebreid verslag vind je op mijn blog.

Zo, en nu is het tijd voor een foto waarop ik zo te zien iets vertel over een gehandicapte zeester:

Lisette Jonkman