Mijn huis kwijt

Ik heb twee problemen: ik heb het richtinggevoel van een wentelteefje en ik weiger me daar steevast bij neer te leggen.

Met geen richtinggevoel bedoel ik niet dat ik soms niet precies weet welke kant ik op moet, maar echt dat ik werkelijk geen enkel gevoel heb van wat zich waar bevindt. In huis is dat al best irritant (zo sta ik telkens in de babykamer terwijl ik op weg was naar de badkamer en we wonen hier al twee maanden) maar buiten is dat natuurlijk nog veel vervelender. Gelukkig heb ik een telefoon met GPS die me overal heen brengt, waarover ik al eens eerder zeer gelukkige gedachten deelde.

Gebrek aan vertrouwen
Maar ik mag dan een technologiejunkie zijn, ik blijf het eng vinden om op m’n smartphone te vertrouwen, want er komt een moment dat die stuk is, geen verbinding heeft of met een lege accu te kampen heeft. Dan kan ik natuurlijk de weg vragen, maar dat gaat ongeveer zo: ‘Mevrouw weet u hoe ik bij de supermarkt kom?’ ‘Ja hoor, dat is hier de hoek om, het bruggetje over, twee keer links en dan aan je rechterhand’. Vol goede moed loop ik dan de hoek om, tuur in de rondte (waar moest ik ook alweer op letten?) en kom een man tegen aan wie ik vraag: ‘Meneer, weet u hoe ik bij de supermarkt kom?’ Ik kom er uiteindelijk wel, maar ideaal is anders, dus lang leve die GPS.

Omdat ik er dus niet helemaal op durf te vertrouwen, en het belachelijk vind dat ik als 33-jarige nog steeds zo slecht ben in de weg onthouden (uiteraard niet op plekken waar ik al jaren kom), dwing ik mezelf soms om het op eigen kracht te doen. Zo van: ‘Kom op gast, je kunt het!’

De Zombie Walk
Zo liep ik dus ook gisteren terug van een verjaardag naar huis. Wandeling van half uurtje, heel gezond. Los van het feit dat ik, omdat ik het zonder GPS probeerde, eerst 4 kilometer de verkeerde kant op ben gelopen, hielp het ook niet dat de winter z’n laatste stuiptrekking vertoonde en alles dat herkenbaar was onder een witte deken verstopte. Snel de kaarten app gepakt, en de route ingepland. En toen begon de zombie walk (zo’n loopje waarbij je nog net niet die telefoon tegen je voorhoofd geplakt hebt omdat je je afslag niet wilt missen).

Euforie
Ik volgde braaf de blauwe lijn en na twintig minuten lopen, herkende ik iets. Wacht eens? Die school! Die is daar bij de supermarkt om de hoek en als ik daar voorbij ben hoef ik alleen nog maar naar links, de bocht om en dan ben ik thuis! Yes! Verkleumd, maar reuze trots rende ik door half weggesmolten sneeuw naar mijn bestemming. Het smeltwater baande zich een weg naar binnen in mijn schoenen en ik voelde m’n sokken koud en nat worden, maar dat boeide niet, want ik was Martin de Navigatiekoning die zelf de weg vond. In de sneeuw! Het leek in slow motion te gaan, ik, rennend door de sneeuw, mooi muziekje erbij, steeds dichterbij huis. Ik naderde de school, rende eromheen, en…

Tankstation.

Die school? Dat was dus niet de school die ik dacht te herkennen en die supermarkt was dus nog een dikke twee kilometer verderop.  Een kwartier later strompelde ik met sopsokken ons huis binnen, waar M al een lekkere beker chocomel voor me had klaarstaan.

‘En?’ vroeg ze. ‘Kon je het vinden?’

Ik heb mijn chocomel maar heel stilletjes opgedronken.