Mijn leven als Shetlandpony

geen

Ik wilde op mijn vierde heel graag kapster worden. Om te oefenen knipte ik daarom het haar van de buurman, terwijl hij lag te slapen. Bij het ontwaken viel hem nog niets op, dus gaf ik het buurmeisje een knuffel en huppelde ik weer naar mijn eigen huis. Net toen de voordeur achter me dichtviel, hoorde ik een oerbrul. Een boze oerbrul.

Bijna kaal
Wat volgde was een boos gesprek met mijn ouders erbij. Ik moest de hele tijd giechelen, maar dat was niet mijn schuld; de buurman zag er gewoon zo raar uit met al die happen uit zijn haar. Hij vond het zelf minder grappig. Daar snapte ik helemaal niets van. ‘Je was toch al bijna kaal,’ zei ik verontwaardigd. ‘Dat ziet niemand.’

Hoe moeilijk kan het zijn?
Mijn kappersdroom ging in rook op; na diverse consulten met mijn Barbies ontdekte ik al snel dat ik geen talent heb om met weelderige haardossen om te gaan. Ik heb daarna nog maar één keer de schaar ter hand genomen om een kapsel te ruïneren, maar dit keer was het gelukkig dat van mezelf. In beschonken toestand, gesterkt door de aanmoedigingen van mijn (eveneens niet geheel nuchtere) vrienden, besloot ik zelf af te rekenen met mijn veel te lange pony. Ik bedoel, hoe moeilijk kon het zijn? Ik hoefde alleen maar één keer recht met de keukenschaar – ho, dat was niet helemáál recht. Doen we over. Recht… Récht, zei ik. Verdorie. Recht! AAAAH!

Hortsik!
‘Zal ik de tondeuse er even bij pakken?’ vroeg Lau. Ik leek inmiddels zelf wel een pony. Een Shetlandpony, met een ontembare, ongelijke en ongelofelijk lelijke kuif.
Bedremmeld keek ik hem aan. ‘Het is een klein beetje mislukt, hè,’ stelde ik vast.
Lau grijnsde. ‘Een klein beetje maar. Gelukkig groeit het vanzelf weer aan.’ Hij drukte een zoen op mijn wilde kuif, waarna hij snel een mond vol losse haren uitproestte.

Aan mijn haar geen keukenschaar
Sindsdien laat ik mijn haren netjes bij de kapper knippen, ook al moet ik daarvoor de ongemakkelijke kappersgesprekjes trotseren. De keukenschaar gebruik ik alleen nog maar voor het openknippen van verpakkingen. Nee oké, ik lieg. De keukenschaar ligt ongebruikt in de la, want die verpakkingen trek ik altijd heel eigenwijs zelf met veel te veel geweld open (er staat toch ‘hier openen, met zo’n inkeping? Dan is het toch bedoeld om zelf open te trekken?), waardoor de inhoud zich door de halve keuken verspreidt. Ook zonder schaar in mijn handen blijf ik waarschijnlijk altijd een beetje verknipt.

Foto: Ella Mullins